Nederlanders worden rijker op de pof: wanneer klapt de huizenzeepbel?

Het aantal woningtransacties stijgt al elf kwartalen op rij. Huizen zijn in een jaar tijd 5,5 procent meer waard geworden. “Als dit tempo aanhoudt, komt het aantal verkochte, bestaande woningen dit jaar voor het eerst sinds 2007 boven de tweehonderdduizend uit,” voorspelde ING begin deze week. De Groene Amsterdammer legt uit waarom we daar niet zo blij mee hoeven te zijn.

Grote aanjager voor de snelle stijging van de huizenprijzen is de extreem lage rente. ABN Amro heeft zelfs het tarief voor tweejarige hypotheekleningen verlaagd naar 0,99 procent. Dat heeft alles te maken met de Europese Centrale Bank. Met haar monetaire stimuleringsbeleid pompt zij ook de Nederlandse woningprijzen op.

De grote steden zetten de toon. Vooral in Amsterdam kun je slapend rijk worden. Letterlijk, want met een jaarlijkse prijsstijging van bijna elf procent ‘verdient’ de gemiddelde huizenbezitter ruim dertigduizend euro, oftewel een bijna-modaal salaris.

Nederland wordt rijker. Niet door hogere inkomens, huishoudens zijn er in de crisis zes procent op achteruit gegaan, maar op de pof. Het doet allemaal verdacht veel aan de jaren vóór de kredietcrisis denken. Zelfs de hypotheekschuld, 655 miljard in 2015, groeit weer.

Op papier worden woningbezitters weliswaar rijker, maar wat heb je daar concreet aan? Wie zijn overwaarde wil verzilveren zal toch moeten verhuizen, naar een nieuwe, dure woning. Zo zwemt Nederland in de fuik. Voor hetzelfde woongenot moeten we meer verdienen, en dus meer werken. Onze economie blijft zo extreem vatbaar voor een nieuwe crisis.

Bron(nen):   De Groene Amsterdammer (via Blendle)