“Het kapitalisme gaat ten onder aan een overdosis van zichzelf”

Vrolijk word je niet van het verhaal van de belangrijke Duitse socioloog Wolfgang Streeck. Hij verkondigt de ondergang van het kapitalisme. Zonder dat daar iets voor in de plaats komt. De Volkskrant sprak met hem.

Tegenbeweging
De voormalig directeur van het Max Planck Instituut is populair, al is zijn betoog duister. De enige reden dat het kapitalisme volgens hem nog bestaat, is “omdat er een tegenbeweging was die het stabiliseerde. Die het kapitalisme dwong om te veranderen. Neem de Grote Depressie van de jaren dertig. Het keynesiaanse alternatief zorgde dat de financiële sector aan banden gelegd en een welvaartsstaat opgetuigd werd. Waardoor het kapitalisme in de decennia na de oorlog kon floreren.”

Kapitalistische apocalyps
Maar die tijd is voorbij. “De sociaal-democratie staat er hoogst beroerd voor, net als de meeste andere linkse bewegingen. Daardoor kan ik mij geen redding van het kapitalisme door het antikapitalisme meer voorstellen. En daarmee wordt het serieuzer bedreigd in haar voortbestaan dan ooit tevoren. Want de crises zijn talrijk. Ik noem het de drie ruiters van de kapitalistische apocalyps: de schuldenberg is enorm, groei en productiviteit stagneren, en de ongelijkheid neemt schrikbarende vormen aan. Het kapitalisme gaat ten onder aan een overdosis van zichzelf.”

Chaos
Wat er dan gebeurt als het kapitalisme wegvalt? “Niets! We moeten ons instellen op een zeer lange periode van chaos en onzekerheid. Ik noem dat het interregnum. Dat is best lastig om je voor te stellen, zo’n niet-orde. Maar het is wel zoals de zaken er voor staan. De oude orde is dood, maar van de nieuwe is nog geen spoor te bekennen. De crisis is het nieuwe normaal.”

Rechtspopulisme
Hij begrijpt in die zin de opkomst van het rechtspopulisme. “De oude macro-orde van de welvaartsstaat is op haar retour. Wat doen mensen op zoek naar zekerheid en stabiliteit dan? Ze grijpen terug op de micro-orde van de eigen gemeenschap. De middenklassen trekken weg uit de grote, kosmopolitische steden. Daarbuiten bouwen ze vervolgens het soort hechte, nostalgische gemeenschappen, die feitelijk helemaal niet zo veel verschillen van migrantenmilieus.”

Bron(nen):   De Volkskrant