Waarom werken we eigenlijk zoveel?

In de jaren twintig voorspelde de grote markteconoom Keynes dat we in deze tijd nog maar 15 uur per week zouden werken. Automatisering zou zorgen voor een dusdanige hoge productiviteit dat meer uren niet nodig waren om in ons onderhoud te voorzien. Hij hield echter geen rekening met de aard van de mens: we zouden altijd blijven streven naar meer.

Meetellen
Govert Buijs, hoogleraar politieke filosofie en levensbeschouwing aan de Vrije Universiteit Amsterdam, gaat in zijn nieuwe boek in op de redenen waarom we werken. In een interview met het Algemeen Dagblad legt hij uit: “We zeggen vaak ‘er moet brood op de plank komen’. Maar, als je goed kijkt naar waarom we werken, heeft dat allang niet meer te maken met overleven. Het heeft vooral te maken met hoe mensen zijn. Mensen zijn alsmaar bezig hun leven mooier te maken. Enkel ‘brood op de plank’ is niet genoeg. Daarnaast is werk een belangrijk onderdeel van onze identiteit geworden. Mensen willen waardering voor wat ze doen. We willen meetellen. Je hoort erbij als je succesvol bent en dat is met name in termen van je bankrekening. Dat succesdenken is de afgelopen decennia steeds sterker geworden. Zelfs al is ons leven onaangenaam, dan blijven we hard werken, want we willen niets mislopen. Je wilt blijven presteren, want zodra je geen stappen maakt, doet een ander dat wel. Dan ben jij de ‘loser’. Je wilt natuurlijk geen loser zijn.’’

Samenwerking
“We zouden heel goed wat minder hard kunnen werken,” vindt Buijs. Over de voorspelde vijftienurige werkweek van Keynes zegt hij: “Dat is niet uitgekomen, in plaats daarvan jagen we elkaar alleen maar op. We moeten targets en doelstellingen halen. Organisaties vluchten in cijfers. Daarmee willen ze objectief meten of individuele werknemers wel presteren. Of het betekenisvol is wat iemand doet, is minder van belang. Economie draait om samenwerking. Uiteindelijk zijn we allemaal mensen met talenten en begrenzingen. Jij hebt iets, wat de ander kan gebruiken. In het ideale systeem draagt iedereen wat bij en krijg je waardering.’’

Lef
De hoogleraar is kritisch op onze manier van werken. “Het huidige systeem heeft psychologische, maar ook ecologische gevolgen. We houden een machinerie in de hoogste versnelling op gang, terwijl we eigenlijk weten dat het niet zo verder kan. Daarom moeten we gaan nadenken. Ik zie al veranderingen bij jongeren. Ze durven verder te kijken dan de baan met het grootste inkomen. Is dit een bedrijf waar ik trots op kan zijn? Geven ze mij de ruimte om mezelf te ontwikkelen? Er zijn enorm veel zzp’ers, die deels aan ‘de kant zijn gezet’, die zelf willen bepalen wat ze doen, wanneer ze het doen. Dan maar wat minder inkomen, zeggen ze. Je breekt dan met het oude denken. Dat vraagt lef.’’

Bron(nen):   AD