Nobelprijswinnaar: Groot-Brittannië straks net zo ongelijk als Amerika

De almaar toenemende sociale ongelijkheid in Groot-Brittannië baart Nobelprijswinnaar Sir Angus Deaton grote zorgen. Het land dreigt dezelfde kant op te gaan als Amerika en een van de meest ongelijke landen ter wereld te worden.

De top-econoom leidt een groot onderzoek naar ongelijkheid in het Verenigd Koninkrijk. Het land vreest op een omslagpunt te zijn beland nadat de lonen van Britse werknemers al zeker tien jaar niet zijn gestegen. Deaton is bang dat de UK het risico loopt om Amerika achterna te gaan met extreme ongelijkheid in loon, welvaart en gezondheid tot gevolg.

Tegen The Guardian zegt de Nobelprijswinnaar: “Je kunt je serieus afvragen of het democratisch kapitalisme wel een goed idee is als het alleen maar werkt voor een deel van de bevolking.” Deaton vervolgt scherp: “Er zijn dingen die Groot-Brittannië nog steeds een stuk beter doet dan de VS. Wat we moeten zien te voorkomen is dat de UK niet dezelfde horror overkomt, die in de VS is gebeurd.”

De professor aan Princeton benadrukt dat geografische ongelijkheid een belangrijke rol speelt in het Verenigd Koninkrijk, waarbij Londenaren het onevenredig goed hebben. “Mensen hebben het gevoel dat niet iedereen meer eerlijk wordt behandeld,” aldus de in Amerika wonende econoom. “Ze hebben het idee dat je het veel slechter hebt als je in een deel van Engeland woont, ver weg van de hoofdstad, terwijl in de hoofdstad al het goede gebeurt. En ze begrijpen niet waarom ze zo achtergesteld worden.”

De Verenigde Staten zijn op sommige vlakken een van de meest ongelijke landen ter wereld. Al vijftig jaar lang is het loon van ongeschoolde mannen er niet gestegen. De laatste drie jaar is de levensverwachting van laaggeschoolde Amerikanen van middelbare leeftijd gedaald, iets dat in geen honderd jaar is gebeurd.

Overal in de westerse wereld zijn gelijkaardige patronen zichtbaar met Groot-Brittannië voorop. De rijkste 1 procent van de Britten zag hun deel van het totale huishoudinkomen in veertig jaar tijd bijna verdrievoudigen. De gemiddelde CEO van de FTSE100-bedrijven verdient 145 keer zoveel als de gemiddelde werknemer. In 1998 was dat nog 47 keer zoveel. Dat terwijl het inkomen van de werkende Britten in de laagste inkomenscategorie nauwelijks is gestegen sinds halverwege de jaren negentig.