De huizenprijzen in Nederland zijn voor veel mensen nog steeds een enorme last, maar we zijn niet het enige land in Europa waar de woningmarkt voor veel problemen zorgt. Vooral in Zuid-Europa zijn huishoudens een relatief groot deel van hun inkomen kwijt aan huur of hypotheek.
Volgens gegevens van Eurostat besteedt gemiddeld 8,2 procent van de inwoners van de Europese Unie meer dan 40 procent van het beschikbare inkomen aan huisvesting. Achter dat gemiddelde gaan echter grote verschillen schuil. In Cyprus heeft slechts 2,4 procent van de bevolking te maken met zulke hoge woonkosten. In Griekenland ligt dat aandeel met 28,9 procent ruim tien keer hoger.
Ook Turkije behoort tot de landen waar inwoners zwaar worden belast door woonuitgaven. Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich Finland, Zweden en Frankrijk, waar de druk op huishoudens aanzienlijk lager ligt. Nederland zit aan de bovenkant. Wij zijn gemiddeld 23 procent tot een derde van ons inkomen kwijt aan woonlasten.
De Europese cijfers wijzen erop dat economische omstandigheden en nationale woningmarkten sterk bepalend zijn voor de betaalbaarheid van wonen. De verschillen hebben gevolgen die verder reiken dan alleen de woningmarkt. Hoge woonlasten kunnen de arbeidsmobiliteit binnen Europa beperken, omdat werknemers minder snel verhuizen naar regio’s waar wonen duur is. Vooral mensen in lagerbetaalde sectoren, zoals de horeca, lopen risico in de knel te komen. Wanneer een groot deel van het inkomen opgaat aan woonkosten, blijft er minder over voor andere basisuitgaven.
De Eurostat-cijfers onderstrepen daarmee hoe ongelijk de wooncrisis zich binnen Europa ontwikkelt en hoe sterk de impact ervan verschilt per land.