AMSTERDAM (ANP) - Meer dan de helft van de mensen die in Nederland van baan wisselen, gaat aan de slag in een andere sector. Per bedrijfstak zijn daarin wel grote verschillen, schrijft De Nederlandsche Bank (DNB) na een analyse van arbeidsmarktcijfers van 2011 tot 2025.
Op basis van data van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit die periode berekenden onderzoekers van DNB dat jaarlijks gemiddeld bijna 17 procent van werkgever wisselt. Van die mensen die een andere baan nemen, stapt gemiddeld 57 procent over naar een andere bedrijfstak.
Per sector verschilt het aandeel werknemers dat de overstap maakt naar een andere sector sterk. Zo vinden acht op de tien baanwisselaars uit de afval- en energiesector werk in een andere branche. Hetzelfde is het geval in de sector cultuur en recreatie.
Zorgmedewerkers
In andere sectoren is de uitstroom kleiner. Zo blijven relatief veel zorgmedewerkers actief in hun vakgebied als ze een andere baan aannemen. Ook in de financiële sector is dit het geval. Volgens DNB wijst dit erop dat deze werknemers vaardigheden hebben die specifiek van pas komen in die sectoren. Daardoor kunnen ze gemakkelijk aan de slag bij vergelijkbare werkgevers. Relatief veel mensen die het onderwijs of de overheid verlaten, stromen volgens DNB vaak door naar zorg en welzijn.
De mate waarin werknemers van baan en vakgebied wisselen, of arbeidsmobiliteit, is een actueel thema. Binnen de Nederlandse polder willen werkgevers graag praten over het begeleiden van personeel van werk naar werk via bijscholing. Dit zou werknemers langer inzetbaar moeten houden. Ook kan dit ervoor zorgen dat belangrijke sectoren met grote personeelstekorten aan voldoende mensen komen, bijvoorbeeld voor de zorg, verduurzaming of defensie. Dit kan gunstig uitpakken voor de productiviteit.
Nadelen
Maar een te hoge arbeidsmobiliteit kan ook nadelen hebben. Zo verliezen bedrijven mogelijk kennis en ervaring bij een hoog verloop. Ook kan het ertoe leiden dat werkgevers minder reden hebben om te investeren in hun personeel.
Eerder onderzoek zou erop wijzen dat de arbeidsmobiliteit in Nederland rond het gemiddelde ligt van de landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).