De inflatie in de eurozone is in mei verder gestegen naar 3,2 procent door de hogere energieprijzen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten. Dat meldt het Europees statistiekbureau Eurostat op basis van een voorlopige raming. In april stegen de consumentenprijzen in het eurogebied al met 3 procent, na een stijging van 2,6 procent in maart. In februari, voor de Iranoorlog, bedroeg de inflatie nog 1,9 procent.
Economen hadden ook verwacht dat de kosten van het levensonderhoud in de eurozone in mei met 3,2 procent zouden stijgen. De inflatie in het eurogebied ligt daarmee ruim boven de doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB). Die mikt op een inflatie van rond de 2 procent.
Energie werd in mei 10,9 procent duurder, na een prijsstijging van 10,8 procent in april. Diensten werden 3,5 procent duurder, na een prijsstijging van 3 procent een maand eerder. De prijzen van voeding, alcohol en tabak stegen met 2 procent, na een stijging van 2,4 procent in april.
Kerninflatie
De kerninflatie in de eurozone, zonder de schommelende prijzen voor energie, voeding, alcohol en tabak, steeg tot 2,5 procent, van 2,2 procent in april.
De hoogste inflatie in het eurogebied werd gemeten in Bulgarije (6,3 procent) en Litouwen (5,1 procent). In Malta was die het laagst met 2,1 procent. In Duitsland en Frankrijk, de twee grootste economieën van de eurozone, bedroeg de inflatie respectievelijk 2,7 en 2,8 procent.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde eerder op de dag al dat de Nederlandse inflatie op basis van de Europese rekenmethode in mei is gestegen tot 3,4 procent, van 2,5 procent in april. De inflatie in Nederland ligt daarmee weer boven het gemiddelde van de eurozone.