Waarom het heel logisch is om ‘s nachts wakker te liggen

Het aantal mensen met slaapproblemen is de afgelopen decennia sterk toegenomen. We liggen massaal wakker ‘s nachts. Maar is dat eigenlijk wel zo gek? Een Amerikaanse historicus komt met een plausibele verklaring voor ons collectieve slaapprobleem. Daarover schrijft Quest.

Eerste en tweede slaap
Roger Ekirch bestudeerde in de jaren negentig de slaapadviezen van artsen in de periode voor de negentiende eeuw. Hij vond in medische boeken, dagboeken en rechtbankverslagen in een Britse database ruim 500 verwijzingen naar de ‘eerste’ en de ‘tweede slaap’. Ook in een Nederlands online archief is de aanduiding van twee verschillende slaapperiodes terug te vinden. Ekirch concludeert dat onze voorouders hoogstwaarschijnlijk in twee blokken sliepen. Een of twee uur na middernacht stonden ze even op. “Mensen schreven in dagboeken dat ze eruit gingen om met elkaar te eten, te roken, te wandelen, te praten, of te bidden,” vertelt de historicus. Ook bedreven ze vaak de liefde in dit middernachtelijke uurtje.

Kunstlicht
Dit veranderde toen kunstlicht zijn intrede deed. Tot die tijd was het duister zodra de zon onderging. Mensen gingen vaak al om 10 uur slapen. Ze stonden pas op als het weer licht werd. In het pikkedonker kun je immers weinig doen. Hun slaap was daardoor veel langgerekter en ook als ze tussendoor een uurtje wakker waren kregen ze nog voldoende nachtrust. Het kunstlicht veranderde alles. Mensen konden nu later naar bed gaan en ‘s ochtends vroeger beginnen met werken. Slaap werd een noodzakelijk kwaad.

Experiment
De Amerikaanse slaaponderzoeker Thomas Wehr ontdekte dit mechanisme tijdens een experiment in de jaren negentig. Hij liet tientallen proefpersonen twee weken lang in een ruimte zitten waar het 14 uur per dag donker was, zoals in de winter. Het gevolg was dat ze net als mensen in de middeleeuwen elke nacht na zo’n 4 uur slaap wakker werden en pas een of twee uur later weer in slaap vielen.

Natuurlijke slaapritme
Wehr denkt dat dit mogelijk ons natuurlijke slaapritme is. “We gaan vaak veel later naar bed dan onze voorouders, maar staan toch vroeg op”, zegt Ekirch. “Het fenomeen dat we nu snoozen noemen, zou je kunnen zien als een overblijfsel van de tweede slaap. We drukken de wekker uit en dommelen nog heel even weg. Maar dan moeten we toch echt op.”

De historicus denkt dat ons hedendaagse slaapprobleem deels een overblijfsel is van het afschaffen van de tweede slaap. “Voor sommige mensen helpt het misschien om te beseffen dat er op zich niks raars aan is om ’s nachts wakker te liggen. Misschien zit het het slaappatroon van je voorouders nog een beetje in jouw ­systeem.”



Bron(nen):   Quest