Waarom andere landen omikron veel eerder aan zagen komen

Om te weten hoe de omikronvariant zich verspreidt, moet je het virus nauwgezet in kaart brengen. Dat gebeurt in Nederland maar mondjesmaat. Daardoor weten we veel minder goed dan andere landen hoe een nieuwe variant zich ontwikkelt.

Het draait om het zogenoemde sequencing waarmee achterhaald kan worden met welke virusvariant we te maken hebben. "De Denen hebben ruim de helft van alle positieve tests gesequenced, in Nederland is dat nog niet eens 2,5 procent", zegt Matthijs Welkers, arts-microbioloog in het Amsterdam UMC in de Volkskrant. "Wereldwijd doen heel veel landen meer dan wij."

Ook in het Verenigd Koninkrijk lopen ze voorop met sequencing. Welkers: "Al voor de coronacrisis hadden ze een aantal grote laboratoria waar ze virussen en bacteriën analyseerden." De Denen zijn logistiek slimmer dan wij: de positieve tests gaan naar centrale labs voor analyse.

Volgens Paul Savelkoul, hoogleraar medische microbiologie in Maastricht zit Nederland aan de onderkant van wat minimaal nodig is om nieuwe varianten op te sporen. "Ik denk dat we op den duur meer moeten doen om goed zicht te houden op dit virus, ook omdat er meer varianten zullen komen."

Belangrijk verbeterpunt is de samenwerking tussen labs, denkt Welkers. "Ieder doet analyses nu afzonderlijk. Dat is omslachtig."

Bron(nen):   De Volkskrant