8 redenen waarom je dat buikje maar niet kwijtraakt

Van een slaaptekort tot genetische factoren, er zijn tal van redenen waarom je dat buikje maar niet kwijtraakt. En zoals je misschien wel weet is vet rond je middel ongezonder dan op andere plekken. Het wordt in verband gebracht met diabetes, hartkwalen en bepaalde soorten kanker.

Acht redenen waarom dat buikvet zo hardnekkig is:

1. Je wordt ouder
Zowel mannen als vrouwen verliezen minder makkelijk gewicht als ze ouder worden, omdat het metabolisme vertraagt. Bij vrouwen komt daar nog de menopauze bij. Door de veranderde hormoonhuishouding houden ze meer vet vast op de buik.

2. Je doet de verkeerde sport
Hardlopen of wielrennen zijn goed voor je hart, maar het is belangrijk om cardio- te combineren met krachttraining. Daardoor worden je spieren sterker en verbrand je meer vet rond je middel.

3. Je eet het verkeerde voedsel
Geraffineerde suikers, verzadigde vetten, het is ongezond voedsel dat bovendien in verband wordt gebracht met buikvet. Kies liever voor gezonde vetten en volkoren producten.

4. Je sport niet intensief genoeg
Om zoveel mogelijk buikvet te verbranden is het belangrijk om stevig te sporten. Een rondje wandelen of fietsen is niet genoeg.

5. Je bent gestrest
Als je gestrest bent, is het lastiger om gemotiveerd te blijven voor je dieet. Bovendien zorgt stresshormoon cortisol ervoor dat er meer vet rond je middel wordt opgeslagen.

6. Je slaapt te weinig
Een Amerikaanse studie onder 70.000 vrouwen toonde aan dat vrouwen die vijf uur per nacht sliepen, dertig procent meer kans hadden om meer dan tien kilo aan te komen. Zorg dus dat je minimaal zeven uur per nacht slaapt.

7. Je bent appelvormig
Als je eerder vet krijgt rond je middel in plaats van op je billen of heupen, dan ben je appelvormig. Dit is een genetische aanleg waar je weinig aan kunt doen.

8. Je bent niet gemotiveerd
Je moet er nu eenmaal hard voor werken om die buik kwijt te raken. Het vraagt om een gezond dieet en veel lichaamsbeweging. Daar is een heleboel motivatie voor nodig.

Bron(nen):   Time