Onze vijanden mogen niet winnen

Precies acht jaar na 11 september klinkt in steeds meer westerse landen de roep om terugtrekking van de internationale troepenmacht uit Afghanistan. Toegeven aan dat defaitisme miskent de successen die in de strijd in Afghanistan zijn geboekt en betekent een glorieuze overwinning voor het moslimterrorisme. Bovendien brengt terugtrekking westerse burgers en Afghanen in levensgevaar. Waarom dapper doorvechten broodnodig en zinvol is.

In mijn eerste zin van dit stuk refereer ik met opzet nog eens aan de aanslagen op de Twin Towers en het Pentagon, vrijdag exact acht jaar geleden. Deze niet voor mogelijk gehouden frontale aanval op de westerse wereld dwong de Verenigde Staten en Europa tot een militaire reactie in Afghanistan. Een grondinvasie was nodig om het radicaalislamitische Talibanbewind omver te werpen, omdat het regime onderdak en bijstand bood aan de terroristen van Al Qaeda. Die konden vanuit trainingskampen in Afghanistan ongestoord grote aanslagen als ‘9/11’ voorbereiden.

Niemand twijfelde eind 2001 aan de noodzaak om hier een einde aan te maken. En wie de situatie in Afghanistan van nu vergelijkt met die van voor 2001 kan niet anders dan concluderen dat het Westen vanuit geopolitiek oogpunt een grote overwinning heeft geboekt. Afghanistan is verworden van een islamitische theocratie die terroristen huisvest en steunt tot een prille democratie zonder trainingskampen van Al Qaeda, maar met een pro-westerse regering die juist een partner is in het bestrijden van moslimterrorisme.

En dan hebben we het nog niet gehad over de humanitaire situatie in Afghanistan van voor de westerse invasie. Onder de Taliban werden politieke tegenstanders zonder pardon geëxecuteerd in stadions, mochten vrouwen niet werken en meisjes niet naar school. Van dieven werden de handen afgehakt, verdachten van overspel werden gestenigd en muziek luisteren was ten strengste verboden. Wie naar het Afghanistan van nu kijkt, ziet een wereld van verschil. Middeleeuwse lijfstraffen zijn verleden tijd, vrouwen mogen weer werken en hebben stemrecht en twee miljoen meisjes gaan iedere dag naar school. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Afghaanse bevolking onder geen beding terug wil naar het Talibantijdperk. Morele steun vindt de Taliban bij slechts 6 procent van de bevolking, de overgrote meerderheid van de Afghanen steunt de aanwezigheid van westerse troepen in hun land en 60% is ook nog eens ronduit positief over het werk dat ze leveren.

De laatste maanden is bij het grote publiek, mede door eenzijdige berichtgeving in de media, het beeld ontstaan dat Afghanistan in vuur en vlam staat en dat de Taliban aan de winnende hand zijn. Dit ongebreidelde pessimisme strookt simpelweg niet met de feiten. Het staat buiten kijf dat het aantal NAVO-militairen dat sneuvelt toeneemt, maar dat komt vooral doordat het aantal NAVO-troepen in Afghanistan enorm is uitgebreid. De laatste maanden zijn tienduizenden extra Amerikaanse troepen gestationeerd in het onrustige zuiden van het land en dat betekent meer gevechten en dus meer slachtoffers.

Goed om op te merken is echter dat steeds meer NAVO-militairen sneuvelen door bermbommen, een teken dat de Taliban het vuurgevecht mijden en dus minder sterk zijn dan het lijkt. En wie kijkt naar waar de Taliban toeslaan, ziet dat het gros van de aanslagen plaatsvindt in maar een klein aantal van de 34 provincies die Afghanistan telt en ook binnen die paar provincies is het geweld  geconcentreerd in een klein aantal districten en steden. De verrassende conclusie dringt zich op dat het grootste deel van Afghanistan veilig en stabiel is. De gemiddelde Afghaan loopt momenteel zelfs minder risico om vermoord in zijn land te worden dan een Amerikaans staatsburger in 1991.

Het huidige pessimisme over de westerse inspanningen in Afghanistan wordt al met al vooral veroorzaakt door de eenzijdige en misleidende fixatie op de veiligheidssituatie en miskent daarmee de vooruitgang die op tal van beleidsterreinen wordt geboekt. De kwaliteit van leven van de gemiddelde Afghaan is in de laatste acht jaar met sprongen vooruit gegaan. Naast de eerder gememoreerde verbetering van de rechtspraak, het onderwijs en de positie van vrouwen is er ook positief nieuws te melden over de economie. Het BNP van Afghanistan groeit elk jaar met bijna 10% procent, de inflatie is naar een acceptabel niveau gedaald en aan diversificatie van de economie wordt hard gewerkt.

Ook op het gebied van gezondheidszorg is er reden tot vreugde. Had in 2003 slechts 9% van de Afghanen de beschikking over basale zorgvoorzieningen, nu is dat maarliefst 83%, een vernegenvoudiging. Nog een ander hoopvol feitje: één op de zes Afghanen belt tegenwoordig met een mobiele telefoon. Natuurlijk is de vooruitgang vanuit westers oogpunt relatief, maar vanuit Afghaans perspectief worden er bergen verzet. Een reactie op bovenstaande ontwikkelingen blijft dan ook niet uit. Vijf miljoen Afghaanse vluchtelingen zijn sinds 2001 teruggekeerd, één van de meest succesvolle repatriëringen uit de recente geschiedenis. En 60% van de Afghanen kijkt op dit moment positief naar de toekomst.

Wie het bovenstaande in acht neemt, de veiligheidssituatie in de juiste context ziet en de westerse geopolitieke winst in Centraal-Azië in gedachten houdt, kan niet serieus pleiten voor een volledige terugtrekking van alle internationale troepen uit Afghanistan. Zeker niet als je bedenkt wat dat vermoedelijk voor catastrofale gevolgen heeft. Naast het feit dat het Afghaanse volk waarschijnlijk weer zal moeten zuchten onder de middeleeuwse barbarij van de Taliban en alle inspanningen op het gebied van ontwikkelingshulp voor niets zijn geweest, zullen moslimextremisten wereldwijd inspiratie putten uit een vertrek van de westerse troepen. Bovendien verwordt Afghanistan bij volledige terugtrekking bijna zeker weer tot een veilige thuishaven voor Al Qaeda en andere antiwesterse terroristen. De kans op nieuwe grootschalige aanslagen in de westerse wereld neemt daarmee toe en ook een pro-westerse nucleaire staat als Pakistan loopt in zo’n geval grote kans om onder de voet te worden gelopen door de Taliban. Dit zijn stuk voor stuk doemscenario’s die we moeten voorkomen.

De roep om algehele terugtrekking uit Afghanistan was begrijpelijk geweest als de situatie hopeloos was en er een enkel uitzicht op een uitweg zou bestaan. Maar dat is helemaal niet aan de orde. De nieuwe strategie van de Amerikaanse regering is pas een aantal maanden in werking en als alles volgens plan verloopt verwachten militaire experts dat er binnen 12 tot 18 maanden zichtbare vooruitgang is geboekt op het gebied van veiligheid. Ondertussen komt het belangrijkste doel van de missie, ervoor zorgen dat de Afghaanse overheid zelf zorg kan dragen voor de veiligheidssituatie in het land, steeds dichterbij. Het Afghaanse leger telt nu bijna 100.000 soldaten, breidt zich elk jaar sneller uit en bleek zelfstandig in staat tot het beveiligen van de onlangs gehouden verkiezingen. En naast soldaten groeit ook het aantal politieagenten dat professioneel kan opereren. Voor het klaarstomen van het Afghaanse veiligheidsapparaat is nog een aantal jaren nodig, maar door de extra aandacht van de regering-Obama is succes reëel. In zo’n geval kan de internationale troepenmacht al over een aantal jaar beginnen met terugtrekken. 

Voor de oorlogsmissie in Afghanistan is een lange adem vereist, maar een positief eindresultaat is mogelijk. De realisatie van een pro-westers, stabiel en enigszins democratisch Afghanistan zou de veiligheid in de regio en over de hele wereld spectaculair verbeteren en de definitieve dood kunnen zijn van de islamofascistische idealen van Al Qaeda. Het is nu zaak dat alle westerlingen zich beseffen dat er in Afghanistan heel veel op het spel staat en dat de situatie niet zo slecht is als de beeldvorming in de media voorwendt. Als we nu onze moed, wilskracht en doorzettingsvermogen tonen en niet bij , is succesvol einde van de missie in Afghanistan binnen een aantal jaren mogelijk. De ambitieuze president Obama en alle westerse militairen en ontwikkelingswerkers op de Afghaanse grond verdienen massale steun. Want de achtjarige verjaardag van ‘9/11’ mag niet het begin zijn van onnodig defaitisme en de uiteindelijke overwinning van onze vijanden.