Er gaat weer een verhaal rond over een "zeldzame eigenschap" die verraadt dat je emotioneel intelligenter bent dan de rest: kalm blijven als de vlam in de pan slaat. Het klopt dat er onderzoek onder ligt. Het klopt niet dat dat onderzoek zegt wat de koppen suggereren.
Het scenario is herkenbaar. Familiediner, oude wond, stemverheffing. Iemand haalt adem, zegt "ik merk dat ik geïrriteerd raak, ik kom hier zo op terug" en loopt niet weg, maar ontploft ook niet. Dat oogt indrukwekkend. Of het bewijs is van een hoger dan gemiddeld emotioneel IQ, is een andere vraag.
Wat de Italiaanse studie werkelijk vond
De studie die telkens wordt aangehaald komt van de Universiteit van Catania en verscheen in 2022 in het Scandinavian Journal of Psychology. Ruim vijfhonderd Italiaanse deelnemers vulden vragenlijsten in over hun vermogen om emotie-uiting flexibel op te voeren én te onderdrukken, en over hun ervaren gezondheid.
De uitkomst is subtieler dan "flexibel omgaan met emoties maakt je gezonder". Het vermogen om emoties te onderdrukken hing samen met betere ervaren psychische gezondheid. Het vermogen om emoties juist te versterken hing daar omgekeerd mee samen. En de combinatie van beide vaardigheden — precies datgene wat je "emotionele flexibiliteit" zou noemen — leverde in deze data geen significant effect op.
Bovendien: 85 procent van de deelnemers was vrouw, de gemiddelde leeftijd was 28, en alles berustte op zelfrapportage. Dat is bruikbaar onderzoek, maar geen persoonlijkheidsdiagnose voor de rest van de mensheid.
De 74 stellen die niet wilden winnen
De tweede pijler onder het verhaal is beter.
Psycholoog Daryl Van Tongeren van Hope College onderzoekt intellectuele nederigheid: het vermogen om te erkennen dat je ongelijk kunt hebben. In een studie onder 74 heteroseksuele stellen, gemiddelde leeftijd 32,2 jaar, beoordeelden beide partners hun eigen nederigheid, hun relatiekwaliteit en hun gedrag tijdens conflicten.
Stellen waarbij beide partners hoger scoorden op intellectuele nederigheid deden het op meerdere punten beter. Maar er zit een opmerkelijke asymmetrie in: de nederigheid van mannen hing samen met hoe zowel zijzelf als hun
partner de relatie beoordeelden, terwijl de nederigheid van vrouwen alleen samenhing met hun eigen oordeel. Dat detail haalt zelden de koppen.
En ook hier geldt: 74 stellen is klein, en samenhang is geen oorzaak. Wie prettiger samenleeft, maakt makkelijker plaats voor twijfel aan het eigen gelijk. De pijl kan beide kanten op wijzen.
Woorden voor wat je voelt
Wat wél stevig staat in de literatuur is het idee van emotionele granulariteit: dat je het verschil kan benoemen tussen geïrriteerd en woedend, tussen teleurgesteld en wanhopig.
Mensen die dat nauwkeuriger doen, reguleren hun emoties effectiever, en lage granulariteit komt vaker voor bij angst- en stemmingsklachten. Dat is inmiddels in tientallen studies terug te vinden.
Daar zit de bruikbare kern van het hele verhaal. Niet in een mysterieus talent dat je hebt of niet hebt, maar in taal. Wie preciezer weet wat hij voelt, heeft meer keuzemogelijkheden dan alleen ontploffen of dichtklappen.
Wat je er morgen mee kunt
- Benoem de emotie voordat je reageert. Niet "ik ben boos", maar zo precies mogelijk: gekrenkt, gehaast, overvraagd.
- Vraag om uitstel in plaats van om gelijk. Een half uur pauze is geen vlucht, mits je zegt wanneer je terugkomt.
- Spreek in ik-zinnen. Beschrijf het gedrag, de situatie en je gevoel, niet het karakter van de ander.
- Zeg hardop "ik had het mis" als dat zo is. Volgens het beschikbare onderzoek is dat de goedkoopste relatie-investering die er bestaat.
De ironie van dit soort artikelen wil dat ze precies verkopen wat ze afraden: het geruststellende idee dat jij toevallig tot de zeldzame categorie behoort. Waarschijnlijker is dat kalm blijven bij ruzie geen aangeboren eigenschap is, maar een vaardigheid die je slijpt — en die je op een slechte dag gewoon weer kwijt bent.
Meer weten?