Het klinkt onschuldig, zelfs een beetje volwassen: "Maakt niet uit hoor." Misschien zegt je
kind het als het niet mee mag
spelen, als iemand zijn speelgoed afpakt of als het verliest met een spelletje. Maar volgens experts is dit ene zinnetje vaak een verkapt signaal van iets heel anders: onzekerheid.
Onzekerheid bij
kinderen is lang niet altijd zichtbaar. Sommige kinderen zijn vrolijk, druk of juist heel zelfstandig, waardoor niemand doorheeft dat ze diep vanbinnen twijfelen aan zichzelf.
Toch verraadt die verborgen onzekerheid zich in kleine uitspraken, zoals dat ene zinnetje dat zoveel kinderen gebruiken: "Maakt niet uit hoor." Vaak is het een manier om teleurstelling, verdriet of onzekerheid te verbergen.
Waarom kinderen dit zeggen
Kinderen willen er graag bij horen en niet lastig gevonden worden. Wanneer iets pijn doet of tegenvalt, durven sommige kinderen dat niet eerlijk te laten zien. In plaats daarvan zeggen ze snel dat het niet uitmaakt. Denk aan momenten waarop:
- ze niet mee mogen spelen
- iemand hun speelgoed afpakt
- ze geen uitnodiging krijgen
- ze verliezen met een spelletje
- hun idee wordt genegeerd
Van binnen kan het juist wél uitmaken, maar ze willen niet kwetsbaar lijken.
Wat het zinnetje eigenlijk betekent
Als een kind vaak zegt: "Maakt niet uit hoor", bedoelt het soms eigenlijk: “Ik vind dit jammer”; “Ik wil niet zeuren”; “Ik ben bang dat je me stom vindt”; “Mijn gevoel telt toch niet”; of “Ik wil niet laten zien dat ik verdrietig ben”. Dat maakt dit zinnetje een subtiel signaal van onzekerheid.
Andere signalen om op te letten
Niet elk onzeker kind is verlegen of teruggetrokken. Let ook op deze signalen:
1. Altijd aanpassen – ze laten anderen kiezen en zeggen zelden wat ze zelf willen.
2. Gevoelens wegstoppen – ze lachen iets weg of doen alsof het niets doet.
3. Veel pleasen – ze willen het iedereen naar de zin maken.
4. Moeite met grenzen aangeven – ze zeggen niet snel nee.
5. Snel zeggen dat iets niet belangrijk is – terwijl het hen duidelijk raakt.
Hoe reageer je hier slim op als ouder?
Wanneer je kind zegt: "Maakt niet uit hoor", kun je daar voorzichtig op doorvragen. Zeg bijvoorbeeld: "Weet je het zeker of vind je het eigenlijk wel jammer?", "Je mag best zeggen als je iets vervelend vindt", "Jouw gevoel is belangrijk" of "Ik zie dat het je toch raakt." Zo leert een kind dat gevoelens tonen veilig is.
Zelfvertrouwen vergroten
Kinderen worden sterker wanneer ze ervaren dat hun mening en gevoel ertoe doen. Dat kan door actief te vragen wat ze zelf willen, gevoelens serieus te nemen, het oefenen van grenzen aangeven, niet alles weg te lachen en te laten merken dat ze niet perfect hoeven te zijn.