Murder Inc.

In de journalistiek heb je net als in de sportwereld een rangorde, ook al is er niet wekelijks een wedstrijd met een echte uitslag. Je hebt de beste journalisten, de allerbeste journalisten, de grote middenmoot en natuurlijk nog een heleboel prutsers en beunhazen.
Helemaal bovenaan, in de opperste regionen, is hoe dan ook een plek gereserveerd voor William Langewiesche. Langewiesche werd pas op latere leeftijd verslaggever na een leven als piloot. Zijn eerste echte verhaal ging over de Sahara en was gelijk verschrikkelijk lang (en goed). In vertaling heeft het in 3 afleveringen ooit in Intermediair gestaan.
Lang zou zijn handelsmerk worden. Als Langewiesche de pen oppakte had je al snel een ellenlang artikel onder ogen en vaak kwam daarna deel 2 en daarna deel 3. 
Eerder viel hier het woord verslaggever en dat is correct, want columns en beschouwingen schreef hij nooit. Langewiesche is een echte reporter, hij gaat naar de plek waar iets loos is en beschrijft van binnenuit wat hij daar aantreft.
Lange tijd deed hij zijn voorbeeldige werk voor The Atlantic Monthly tot hij enkele jaren geleden werd getransferd naar Vanity Fair, ongetwijfeld voor veel geld. Vanity Fair is heel erg een jetsetblad, maar aan het werk van Langewiesche is eigenlijk niets veranderd, hij bleef gewoon wie hij was. 
We herinneren ons veel verhalen van zijn hand of misschien moet je wel zeggen, documentaires. Dat ellenlange stuk over de Sahara van 25 jaar geleden,  zijn inside story over wat er in de Twin Towers gebeurde op 11 september 2001, zijn drieluik over piraten die op de wereldzeen andere mensen schrik aanjagen en naar het leven staat, en ook het prachtige artikel over zijn hotel in Bagdad waar hij langer dan een jaar verbleef ten tijde van de Amerikaanse bezetting van Irak. 
Ditmaal schreef hij een verhaal over snipers, over de Amerikaanse scherpschutters die geacht worden van grote afstand hun doelwit om te leggen. U moet er even voor gaan zitten, het kost de nodige tijd, maar dan heb je wel wat.
Ga naar de link voor de laatste Langewiesche.

Bron(nen):   Vanity Fair