Hoe Google de journalistiek gaat redden

Dat internet in het algemeen en Google in het bijzonder bezig zijn de klassieke nieuwsindustrie om zeep te helpen hoeft geen betoog. Met de komst van internet en het intensieve gebruik ervan zijn de klassieke nieuwsbronnen in grote problemen gekomen. Kranten en tijdschriften konden niet opboksen tegen de snelheid en de inventiviteit van het web en de ene titel staat te koop, de andere is failliet en de rest verkeert in levensgevaar.
In de nieuwe aflevering van The Atlantic staat een opzienbarend (en diepgravend) artikel over dit onderwerp, en wat blijkt? Google liep niet alleen voorop om de journalistiek kapot te maken, het bedrijf is nu ook bezig de journalistiek van de ondergang te redden.
En waarom dan wel? Ten eerste meent de firma dat internet zonder goede journalistieke producten veel aan belang zal inboeten. En een 2de reden is er een van goed burgerschap – in een fatsoenlijke samenleving dient een hoogwaardige pers te bestaan. 
Doel van de inspanningen van Google: er moet een nieuw businessmodel ontstaan voor professionele nieuwsgaring. Het is mooi als iemand op straat in Teheran een videootje maakt van de opstanden daar, maar wat nodig is, zijn professionals die niet ad hoc, maar die dag in dag uit de ontwikkelingen dicht bij huis en ver weg verslaan, en van commentaar voorzien.
Op allerlei plekken in het Google-bedrijf proberen medewerkers nu de nieuwsindustrie te moderniseren, waarbij geen enkel taboe onbesproken blijft. 
Er is allereerst een enorme consensus over de verschijningsvorm van nieuws: die is online. Papier is zo duur en zo ondoelmatig – daar zal binnenkort weinig meer van over zijn. En moet de consument betalen of niet voor die online-informatie? Vinden ze bij Google een onzinnige vraag, want hij is veel te algemeen. Het nieuwsaanbod is zo veelsoortig dat je nieuws hebt dat gratis zal zijn een nieuws waarvoor je zult moeten betalen. Net als in het papieren tijdperk, zeg maar…
Kranten hebben in het verleden allerlei zaken gebundeld: politiek, sport, uitgaan, berichten over buitenhuizen, hobbies en noem maar op; daar waren goede redenen voor (uit al die hoeken konden advertenties worden binnengehaald), maar het is veel te heterogeen en dat is de reden dat er in een krant veel te veel staat – mensen slaan de meeste dingen over. 
Op internet kan dat aanbod veel beter gereguleerd worden  – de lezer moet veel meer ‘engaged’ worden. En als hij de nieuwspakketten aangereikt krijgt die stroken met zijn profiel, wil hij daar heus wel voor betalen. 
Bovendien kan veel nieuws stukken goedkoper worden ‘gemaakt.’ Allerlei artikelen die nu nog worden geschreven, bestaan allang. Als bijvoorbeeld Michael Jackson sterft, gaan honderden journalisten overal ter wereld een ‘in memoriam’ schrijven. Wat een bespottelijke inspanning in een tijdperk dat je in enkele seconden een goed stuk van elders kunt betrekken. 
Het artikel in The Atlantic staat vol met kleinere en grotere revolutionaire ideeen, u moet het zelf maar lezen. Bijvoorbeeld over de wijze waarop YouTube (inderdaad, van Google) de journalistiek ten dienste kan staan, en er is nog veel meer. 
Samenvattend: de komende 10 jaar moeten kranten en tijdschriften zien te overleven, daarna zijn er nieuwe modellen en nieuwe verdienmodellen ontwikkeld die een nieuwe bloeitijd van de nieuwsmedia inluiden. 
Met dank aan Google.

Bron(nen):   The Atlantic