Vrij Nederland naait Cohen oor aan

Welingelichte Kringen besteedde ook aandacht aan de vooraankondiging van het interview met Job Cohen met Vrij Nederland. De ankeiler stond op de site van VN zonder aanhalingstekens – WIK had die uitspraak wel tussenaanhalingstekens gezet. Duidelijk is nu waarom VN dat niet deed. Volgens het weekblad zou Cohen de Joden anno jaren dertig vergelijken met de moslims anno nu. Maar Cohen, schrijft Ronald Giphart in zijn column in de Volkskrant, is door VN schaamteloos een oor aangenaaid.

Afgelopen week was het De Week Van De Al Dan Niet Manke Parallellen Met Het Verleden. Dictee-schrijver Tommy Wieringa (‘de Brandaris van de Nederlandse Letteren’) trok een equatie tussen het door de nazi’s verwoeste tolerante stadje Lemberg en de flatwijken van Amsterdam, Culemborg en Gouda. ‘Wie zullen deze wijken innemen als haar bewoners zijn verjaagd?’ schreef hij. Vrij Nederland maakte ondertussen bekend dat PvdA-leider Job Cohen in een interview dat later zou verschijnen de positie van Joden uit de jaren dertig had vergeleken met de positie van moslims anno nu. De boodschap: er is een moslimholocaust op komst.

Joost Zwagerman (‘de Harry Mulisch van onze tijd’) reageerde in de Volkskrant hierop meesmuilend met de verzuchting dat Cohen het nog steeds niet heeft begrepen, en voormalig PvdA-coryfee Ed van Thijn (‘de Rita Reys van de politieke persuasie’) vond de vergelijking van zijn partijleider maar ‘een beetje’ opgaan. Een beetje dreigende uitroeiing.

Maar toen Vrij Nederland (‘de Völkischer Beobachter van de Raamgracht’) eenmaal was verschenen, bleek dat het opinieblad Cohen schaamteloos een oor had aangenaaid: nergens in het interview maakte de PvdA-leider zelf de vergelijking tussen Joden anno jaren dertig en moslims anno nu. Cohen sprak van vervreemding en een plek waar mensen zich veilig kunnen voelen, woorden die zo redelijk waren dat alleen een kwaadwillend magazine ze zou durven te verdraaien voor de losse verkoop.

Ai, there’s the rub. Extra verkoop. Het werkt blijkbaar. Job Cohen werd woedend veroordeeld, nog voor iemand had gelezen wat hij daadwerkelijk had gezegd. De hegemonie van de kakelaars. We leven in kakofonische tijden, in de woorden van Wieringa, tijden die worden gedomineerd door verdwazing, onmacht, frustratie, angst en economische ontreddering. Alle lagen van de bevolking en alle bedrijfstakken worden geraakt door de crisis.

Dat doet denken aan het Duitsland van de jaren twintig. Politiek was het land ontwricht en economisch ging het steeds slechter. Zo raakten bijvoorbeeld veel Bierkellers in een keihard overlevingsgevecht. In een poging hun omzet te behouden, huurden veel etablissementen agitatoren in. Het idee was dat deze stand-uppers met gechargeerde gedachten over de politieke situatie hun toehoorders zouden trachten te provoceren. Of het publiek het faliekant eens dan wel oneens was met de bierkelderopruiers, maakte de kroegeigenaren niet uit: als de tap maar bleef stromen. De succesvolste agitator, Adolf Hitler, heeft later nog naam gemaakt als politicus.

Wat Bierkelleragitatoren waren voor Bierkellers, zijn vandaag columnisten voor kranten en tijdschriften. Ook columnisten worden ingehuurd om de omzet van de kranten te verhogen. Het doet er voor de leidinggevenden niet toe of zij het met hun agitatoren eens zijn, net zo min of hun kopers zich kunnen vinden in de meningen van de columnist, áls de krant maar wordt verkocht. En daarom mogen columnisten hun gang gaan bij het prikkelen van het publiek. Pim Fortuyn was hiervan een voorbeeld, net als Marcel van Dam en de PVV-politicus Martin Bosma, nieuwbakken medewerker van NRC Handelsblad. We zijn allemaal Bierkellercolumnisten.

Ronald Giphart

Bron(nen):