Praatjes voor de vaak

Frankrijk was afgelopen week in rep en roer omdat de Amerikaanse manager van een bandenfirma had geklaagd over de lange lunchpauzes van zijn werknemers in een fabriek in Amiens. Dat kon zo niet langer, als de Fransen nog mee wensten te komen in de rat race met de Chinezen die voor een tiende van de prijs tien keer zo hard werken. Het verhaal ging erin als koek, al was het maar omdat ‘the French way’ bij ons in het solide Nederland als ‘de Franse slag’ bekend staat. Geen wonder dat die zuidelijke landen problemen hebben. En dan hebben we het nog niet over Italië of Spanje, waar de siësta’s nog veel langer zijn. Dat zijn praatculturen, waar wij liever boter zien bij de vis.

Amerikanen vinden overigens dat wij in Noord-Europa ook veel vakantie hebben. Zij kijken daar meewarig naar. Over het Amerikaanse arbeidsethos zal ik nooit geringschattend doen. Afgelopen najaar was ik in Amerika in verband met de verkiezingsstrijd, en we begonnen daar al om acht uur ‘s morgens, met een werkontbijt. Tijdverspilling was er niet bij. Ik herinner me een drukke dertiger, een counciller en een lobbyist, wel een kilo of twintig te dik, die trots vertelde dat zijn vrouw erover klaagde dat hij zelfs in zijn slaap nog aan het werk was. Geluncht werd er ook. Meestal werd er dan een karretje met torenhoge sandwiches binnengereden, en koffie met bekertjes die je zelf mocht inschenken. Ondertussen gingen de gesprekken door, om geen tijd te verliezen.

Altijd was er koffie en nog meer koffie. Amerikanen drinken zelfs koffie als ze over straat lopen, een gewoonte die hier ook school begint te maken (coffee to go). Na werkontbijten waren er lunches, die nooit werden overgeslagen en altijd nuttig (dat wil zeggen: pratend) werden besteed. Amerikanen werken hard en eigenlijk altijd, en ik kon daarbij geen onderscheid ontdekken tussen Amerikanen van Latijnse of Duitse afkomst. Ik herinner me een lunch in Miami, die om 11.30 uur begon, in een restaurant met Latino food, dat speciaal was uitgekozen omdat de airco er niet zo laag stond (op achttien graden Celsius). Het was er niettemin, terwijl buiten de zon scheen die voor niks opgaat, freezing cold. Diners waren er ook. Na een uur sta je weer buiten. Die avond, en natuurlijk de volgende dag, moet er weer worden gewerkt.

Zo’n vierentwintiguurseconomie, die ook in de zuidelijke staten van de VS bestaat, is heel wat economischer dan wat ze in Italië of Spanje doen. Maar als het op schuldenmaken aankomt, doen de Amerikanen niet onder voor de Zuid-Europese staten. En ook het Europese broertje van de VS, het VK, staat er financieel niet best voor. Dat komt niet alleen door de wine bars in de City. De Britten kennen vanouds een arbeiderscultuur waarin de pub op de eerste plaats komt, en de arbeid op de laatste. Labour doesn’t work, zeiden de conservatieven elkaar na. Vandaar dat ze er nu een service-economie hebben. Die hebben ze in Zuid-Europa, dat gebukt gaat onder praatzieke politiek die nog corupt is ook, nog niet. Maar ongedisciplineerd kunnen je zuiderlingen niet noemen. Kijk hoe snel Britten dronken worden, zeker in den vreemde. Vergelijk dat met Italianen of Spanjaarden. Hun politieke cultuur is duister en gewelddadig, maar Italiaanse burgers zijn spaarzaam en bedrijvig, en het particuliere huizenbezit is er (ondanks het aardbevingsrisico) wijdverbreid. Zou die Italiaanse orde en regelmaat niet ook iets te maken hebben met hun dagelijks terugkerende lunchritueel? Ik heb er nog nooit een econoom over gehoord, maar dat denk ik wel eens, zoals ik steeds vaker denk (zie mijn bijdrage van vorige week) dat er niets economischer is dan elke dag de dingen doen die je gewend bent. Twee uur lunchen in een bandenfabriek in Amiens bijvoorbeeld, dat geeft toch meer Schwung dan een snelle hap van de afhaalchinees.

Onzin natuurlijk, ik maak er een karikatuur van. Maar in Amerika heb ik een hele week gepraat met advisers en councillers, allemaal met het woord ‘strategic’ op hun kaartje, die de hele dag door bezig waren met marketing, lobbyen en opinies peilen, alles wisten van de ‘latino vote’ en het stemgedrag van veertigjarige blanke huisvrouwen, en ondanks televisiezenders die elk uur een nieuwe opiniepeiling brachten, geen dingen vertelden die ik niet al wist. Het was reuze interessant, maar ook veel gebakken lucht. Dure gebakken lucht, met een snelheid van honderd kilometer per uur. In Amerika gaat niks voor niks, time is money, en elk praathoofd dat iets in de (liefst juridische) advieswereld doet, schrijft een dikke rekening. Geen wonder dat Amerikanen soms drie uur in de auto zitten om een pizza te gaan eten. Geen wonder dat het werk daar tijdens de maaltijd doorgaat.

Nee, dan Zuid-Europa. Daar lunchen ze ook, praten ze honderduit, maar ze doen het voor niks. Althans: het levert de baas niks op. Vandaar dat al die Fransen, Italianen en Spanjaarden met hun praatjes voor de vaak nodig op bijspijkercursus moeten. Op eigen kosten, naar Amerikaans recept.