De ondergang van El Dorado

Het liefdesleven van Hugo Chávez, de Venezolaanse president en voorvechter van zijn zelfbenoemde Bolivariaanse revolutie die deze week overleden is, is officieel tot staatsgeheim verklaard. Na jaren van overspel en een langdurige relatie met een minnares vroeg Chávez’ eerste vrouw – met wie hij drie kinderen had – een echtscheiding aan. Zijn tweede vrouw – samen een kind – beschuldigde Chávez van geweld en verliet met groot misbaar El Comandante.

De economische puinhopen die Chávez achterlaat zijn nog veel groter. Venezuela is onder het veertien-jarige bewind van Chávez verworden tot een Zuid-Amerikaanse economische tragedie, een land dat zijn schier onuitputtelijke olierijkdom heeft verspild aan de politiek van het chavismo, de populistische revolutie die Chávez voorstond. Daarmee heeft Chávez de steun – grenzend aan aanbidding – gekocht van de arme bevolking, maar hij heeft de economie geruïneerd en de munt van Venezuela, de bolívar, verkwanseld.

Grondstoffenpopulisme is een Zuid-Amerikaanse plaag met een lange traditie. Juan Perón – net als Chávez een ex-kolonel – was de eerste die ermee experimenteerde in Argentinië na de Tweede Wereldoorlog. De opbrengsten van de graan- en vleesexporten werden gebruikt om staatsbedrijven op te zetten en sociale programma’s voor de armen te financieren. Het eindigde in een bankroet. Tot de dag van vandaag heeft Argentinië het peronistische populisme niet van zich af kunnen schudden. Niet toevallig was Cristina Kirchner, de huidige Argentijnse president, een politieke bondgenoot van Chávez.

Chávez laat in eigen land een trouwe achterban achter die in religieuze rouw is gedompeld over de dood van hun leider, en een handvol Zuid-Amerikaanse politieke leiders die met hem sympathiseerden. De Argentijnse president Kirchner – in 2005 schoot Chávez financieel te hulp om Argentinië na het bankroet van 2002 te redden – natuurlijk, en verder de president van Boliva Evo Morales, van Ecuador Jaime Correa en van Suriname Desi Bouterse. Maar Mexico, Colombia, Peru, Chili en Brazilië, de grote Latijns-Amerikaanse landen die serieus genomen worden en waar het in algemene zin goed mee gaat, moeten niets van hem hebben.

De grootste vriend van Chávez was Cuba, mede vanwege zijn anti-amerikanisme en revolutionaire grootspraak. In ruil voor goedkope olie leverde Cuba 5.000 artsen die gedwongen zijn in Venezuela te werken, zodat zelfs de Venezolaanse gezondheidszorg met importen in stand wordt gehouden.

Geïnspireerd door Cuba gebruikte Chávez de overvloedige olie-inkomsten – 95 procent van de dollarinkomsten van Venezuela komen via het staatsoliebedrijf PVDSA terecht in de schatkist – voor sociale projecten. De arme bevolking kreeg recht op gratis huisvesting, gratis scholing, gratis gezondheidszorg, gesubsidieerd voedsel, gratis wasmachines en ijskasten, gratis openbaar vervoer. Dat klinkt prachtig, maar de keerzijde is dat mensen niet werken want alles komt voor niets. De Venezolaanse landbouw is volledig ingestort. De industrie is weggevaagd, deels genationaliseerd, deels weggepest, deels uit de markt gedrukt door importen. Supermarkten zijn genationaliseerd na klachten over voedselschaarste.

Na een staking in 2002 bij het staatsoliebedrijf PVDSA zijn 20.000 hoogwaardige technici eruit gegooid. Het gevolg is dat de olieproductie van Venezuela onder het bewind van Chávez met een derde is gekrompen: van 3,5 naar 2,5 miljoen vaten per dag. In Venezuela, waar benzine 2 cent per liter kost, bestaat benzineschaarste.

Het land met de overvloedige olie-inkomsten heeft een overheidstekort van 17 procent. Dit tekort wordt gefinancierd door de geldpersen aan te zetten. De inflatie in Venezuela behoort – evenals trouwens het aantal moorden – tot de hoogste ter wereld. Voor arme mensen, die hun kapitaal niet veilig naar het buitenland kunnen brengen, is dat een regelrechte ramp, een sluipende belasting. De bolivar, de nationale munt, is vorige maand met 32 procent gedevalueerd, waardoor importgoederen in één klap nóg duurder zijn geworden – en alles, inclusief voedsel, wordt in Venezuela geïmporteerd.

Ook na deze devaluatie is er nog steeds een bloeiende zwarte dollarmarkt en er zijn nog steeds verschillende wisselkoersen van kracht waarmee volop gespeculeerd wordt. De administratieve chaos van een socialistische economie naar Cubaanse stijl werkt corruptie met vergunningen in de hand en biedt vrienden van het regime ruime mogelijkheden voor snelle winst.

Hoe gaat het met de economie na veertien jaar chavisme? De Venezolaanse journalist Francisco Toro beschrijft het op zijn blog aldus: ‘Chávez laat een land achter van genationaliseerde hoogovens die geen staal produceren, genationaliseerde energiebedrijven die voortdurend voor stroomtekorten zorgen, en staatssupermarkten waar je wellicht kip, koffie of wc-papier kunt vinden, maar zelden alle drie tegelijk.’

1 Reactie Doe mee met de discussie →


  1. besserwessie

    Socialisme in de praktijk gebracht leidt altijd tot armoe en corruptie.
    Zelfs als het land barst van de olie.

Reacties niet toegestaan