The Rolling Stones bestaan 50 jaar!

Mootz
woensdag, 11 juli 2012 om 14:35
welingelichtekringen header 1
Vrijwel elke Britse rockgroep heeft in de donkere naar bier ruikende Londense rhythm & blues club ‘The Marquee’ zijn debuut gemaakt. Van The Who en Pink Floyd tot Led Zeppelin en Genesis. Ik zag er The Only Ones, The Clash en The Police. Op 12 juli 1962 gaven The Rolling Stones hun eerste concert in de befaamde Londense club. ‘The Marquee’ bestaat nog steeds. The Stones ook. Al vijftig jaar zijn ze de ultieme personificatie van ‘sex, drugs & rock ’n roll’. Ik ben opgegroeid met Bach, Beethoven, Schubert, etc. Op mijn twaalfde luisterde ik met twee vrienden (John en ‘de Schel’) bij ‘Disco de Man’ in Maastricht voor de eerste keer naar The Stones. De live-elpee ‘Get yer ya ya’s out’. Tijdens de aankondiging (“Are you ready? The greatest rock ’n roll band in the world: THE ROLLING STONES!”) lopen de rillingen over mijn rug. Even later worden we weggeblazen door de machtige gitaarriff waarmee Keith ‘Jumping Jack Flash’ inzet. Wat een energie. Op school had je een Beatles- en een Stoneskamp. De brave Liverpoolers zeiden me niks. Ik voelde me verwant met de rauwe op de blues geïnspireerde muziek van de Londense ‘viezerikken’. Dat kwam terug in kleding, levenshouding, interesses. Muzikale barrières accepteerde ik niet. Daarom kwam naast klassiek en rock ook jazz binnen mijn blikveld. Keith Jarrett, Miles Davis, Billie Holiday, etc. The Stones zijn als een rode draad door mijn leven blijven lopen. Hoe zou de wereld van nu zijn zonder The Stones? Met hun vettige rhythm-and-blues brengen ze de (culturele) revolutie in de roemruchte jaren zestig in een stroomversnelling. Het lijkt alsof de maatschappelijke veranderingen in de figuur van Mick Jagger samenkomen. Hij is het vlees geworden ‘forever-young-idee’. Zijn opzwepende performance en extraverte gedrag, ook zijn politieke uitspraken in relatie tot zijn explosieve levenswandel, dragen bij aan de anarchistische en revolutionaire sfeer die de band wil etaleren. Als op 6 december 1969 in Altamont tijdens een gratis Stonesconcert vier doden vallen (en drie geboortes plaatsvinden), komt de jeugdcultuur van de jaren zestig tot een abrupt en definitief einde. Het mag symbolisch worden genoemd dat de band de dans weet te ontspringen, door met een helikopter het festivalterrein te verlaten en zo vanuit de lucht het bacchanaal van het hippietijdperk te ontrafelen. Het componistenduo Jagger/Richards heeft honderden songs geschreven. Daar zit natuurlijk ook rommel tussen. Albums als ‘Between the Buttons’ en ‘Dirty Work’ moeten we snel vergeten. Het genie van ‘The Glimmer Twins’ komt overigens alleen tot grote hoogte als ze samenwerken. Soloprojecten blijven onder de maat. De beste periode van The Stones is die waarin Mick Taylor de uit de band gegooide en een maand later overleden gitarist Brian Jones opvolgt: 1969-1974. Taylor perst de ene na de andere getormenteerde solo uit zijn fragiele ziel. ‘Beggars Banquet’ (1968, dus met Brian – o.a. ‘Sympathy for the Devil’), ‘Let it Bleed’ (met ‘the best rocksong ever’: ‘Gimme Shelter’), ‘Sticky Fingers’ (o.a. ‘Brown Sugar’), ‘Exile on main street’ (met ‘Shine a Light’) en de onderschatte tweeling ‘Goats Head Soup’ (met ‘Angie’) en ‘It’s Only Rock ‘n Roll’ (o.a. ‘Fingerprint File’) zijn meesterwerken. Ook het zonder Taylor (vertrok in 1974), maar met diens opvolger Ronnie Wood uitgebrachte ‘Black and Blue’ (met ‘Hot Stuff’) en ‘Some Girls’ (o.a. ‘Miss You’) zijn uitstekende albums uit de late jaren zeventig. Daarna dooft het heilig vuur wat. Toch zijn op latere elpees altijd enkele sterke songs te vinden (‘Start me Up’ en ‘Waiting on a Friend’ op ‘Tattoo You’ uit 1981). Dit is ook in de jaren negentig het geval, maar de heren moeten het dan hebben van spectaculaire shows. ‘Stripped’ (1995) is een fantastisch (o.a. in Paradiso opgenomen) live-album, terwijl het concert op de Copacabana (2006) voor één miljoen bezoekers een hoogtepunt uit de rockgeschiedenis is. The Stones zijn op hun best als ze pompend, bloedend, scheurend, hard en bluesy hun muziek uit de speakers slingeren. Rock 'n roll zoals niemand kan spelen. Terwijl Mister Riff de openingsakkoorden van ‘Brown Sugar’ of ‘Honky Tonk Women’ in ons gezicht smijt, ontpopt Sir Mick zich tot de perfecte spreekstalmeester en de onbetwiste keizer van het entertainment. Kleine man, grote mond, zwarte stem, bleek gelaat, schreeuwend, fluisterend, dansend, ongrijpbaar, zakenman, sexidool. Charlie volgt Keith nauwlettend en houdt met zijn jazzy drumtechniek de boel bij elkaar, Ronnie vult subtiel de gaten die Keith bewust laat vallen en Bill legt een solide basis voor het huis – hij vertrekt in 1992 en wordt opgevolgd door de van Miles Davis afkomstige bassist Darryl Jones. Muziek voor alle tijden. Puur. Geen fratsen. De laatste jaren worden we getrakteerd op heruitgaven van geremasterde cd's en dvd's. 'Get yer ya ya's out', 'Exile on Main Street', 'Ladies and gentlemen: The Rolling Stones' en 'Some Girls'. Ook worden illegale opnamen (bootlegs) officieel uitgebracht. Vooral ‘The Brussels Affair’ (1973) is een must. En dan is er natuurlijk de magistrale autobiografie ‘Life’ (2010) van Keith en het in 2011 verschenen boek van Marc Spitz ‘Jagger – Rebel, Rockstar, Rambler, Rogue’. Binnenkort verschijnt nog een biografie van Mick door Philip Norman. Het schitterende boek ‘The Rolling Stones 50’ is onlangs door de heren zelf uitgegeven. Een relikwie voor Stonesdiscipelen. Bovendien bewees Mick vorig jaar met een vlammend eerbetoon aan de overleden soullegende Solomon Burke tijdens de uitreiking van de Grammy’s en met zijn energieke optreden van enkele maanden geleden op een party bij president Obama dat hij nog steeds de beste performer ooit is. Het is een wonder dat The Stones nog onder ons zijn. Drugs- en drankverslavingen, gedoe met vrouwen, arrestaties, onderling geruzie over muzikale en persoonlijke kwesties, op de vlucht voor de Engelse fiscus, provocerende politieke standpunten, incidenten rond aanstootgevende teksten, slechte platen, etc. Maar wel vijf decennia topentertainment. Zouden deze levende legendes nog één keer aan de wereldpodia tonen wie 'the greatest rock 'n roll band of the world' is? Nog één keer naar de Kuip? “It’s only rock ’n roll, but I like it...” En als ik dan mijn zoon (Miles) uitnodig, kan ik erna sterven en met een gerust hart denken: “Oh, a storm is threat’ning my very life today. If I don’t get some shelter, oh yeah, I’m gonna fade away...” Boeken van Etienne Kuypers www.etiennekuypers.com Speakers academy Etienne Kuypers