Om de vingers bij af te likken

Het was natuurlijk een troonrede om bij in slaap te vallen. Het dutje van Diederik Samsom kun je hem niet aanrekenen, zelf vecht ik al jaren tegen de slaap als de majesteit de opgekrulde blaadjes voordraagt. Maar ja, een powerpoint-projectie met ondersteunende videoclips kun je de Ridderzaal ook niet aandoen. Feit is wel dat Europa meer aan bod kwam dan in voorgaande jaren. Vorig jaar nog sloeg Geert Wilders zich op de borst, dat Europa zo goed als uit de tekst was verdwenen. Maar ongetwijfeld dankzij de bolwassing die de kiezers hem gaven, was Europa – naast een paar verwijzingen – goed voor twee hele alinea’s. Ook inhoudelijk was de toon verre van eurosceptisch. Niks geen zuurpruimerij over de euro, maar ‘ een goed functionerende interne markt en een sterke en stabiele munt zijn van cruciale betekenis’. En: ‘Voor Nederland, dat een groot deel van zijn inkomen in Europa verdient, is dit essentieel’. Werk aan de winkel, is de conclusie. Bevestiging Premier Rutte, mogelijk al dagdromend over zijn coalitie met de PvdA van Samsom, laat zo via de koningin weten, dat het tot nu toe grillige Nederland wat Europa betreft koers zal houden. Of zoals The Economist deze week concludeerde: ‘De verkiezingen zijn een bevestiging van Nederlands pro-Europese karakter’. ‘Europa’ is, ook al deed de verkiezingsstrijd anders geloven, naar mijn smaak allesbehalve de grootste hobbel voor het eerste kabinet-Rutte/Samsom. Europa is een proces, waarvan het eindpunt nog ver achter de horizon ligt. In het regeerakkoord hoeft niets meer of minder dan de marsroute worden uitgezet. Onderweg zullen obstakels moeten worden geslecht, maar een sterker en liefst beter Europa is het, misschien verre, doel. En ook al zullen CDA en D66 in deze formatie buiten spel blijven, hun politieke gewicht zal meehelpen de weegschaal naar die kant te laten overhellen. Niet alleen dankzij het Nederlandse briesje had Europa de afgelopen weken de wind mee. Vooral de uitspraak van het Constitutionele Hof in Duitsland, dat het Euro-steunfonds (ESM) onder voorwaarden van start kan, is een Europese opsteker. Dat het Duitse parlement, de Bondsdag, daarbij het laatste woord moet houden,  is - in de strijd tegen de Brusselse achterkamertjes - alleen maar een pre. Ook het aangekondigde ruimhartige opkoopbeleid van ‘rommelobligaties’ door de Europese Centrale Bank past, om in het beeld te blijven, in deze thermiek. Het kan landen als Griekenland en Spanje helpen ‘goedkoop’ geld te lenen. Maar de winst van het ECB-besluit schuilt toch vooral in de eis aan die landen om de tering naar de nering te zetten. Dat onder het toeziend oog van ECB, IMF en Europese Unie. Ho of boe En daar kijkt Nederland dus om de hoek. Het kan in Brussel toezien hoe de potverteerders zaak maken van hun sanering. ’Ho’ of ‘boe’ roepen als, om met Wilders te spreken, ‘de Grieken er een potje van maken’. En dat geluid komt beter aan als je als serieuze onderhandelaar aan de vergadertafel zit, niet als je al met een been buiten staat. Aan Marc Rutte en Diederik Samsom dus de verantwoordelijkheid om Nederland in Brussel weer echt voor de knikkers te laten meedoen. U stemde misschien Rutte om Samsom buiten het Catshuis te houden – of andersom. De kans is groot dat u ze toch allebei krijgt. Maar met de PVV op rechts en de SP op links, zijn ze – of ze wilden of niet – het ‘midden’ geworden. Niet het ‘grijze midden’, maar een ‘kleurrijk midden’, dat Nederland hopelijk straks regeert om ‘de vingers bij af te likken’. Paul Sneijder