Winter duurt een maand korter dan een eeuw geleden

Vond je de eerste vorstdag vroeg dit jaar? Dat is niet zo. Het is heel gemiddeld. Nog niet eens zo heel lang geleden viel de eerste dag dat het kwik onder de nul graden zakte zelfs nog veel eerder.

De winter wordt steeds korter, constateert meteoroloog Maurice Middendorp van Buienradar dan ook. “De eerste vorstdag valt steeds later. De metingen in De Bilt begonnen in 1901. Tot 1931 viel de eerste vorstdag gemiddeld op 21 oktober. Maar als je naar de laatste 30 jaar kijkt, is dat op 2 november.”

Daar komt bovendien bij dat het voorjaar steeds eerder begint. De eerste lentedag, volgens het KNMI een dag waarop het gemiddeld 15 graden is, viel tot 1931 gemiddeld op 30 maart. Sinds 1988 is dat 11 maart. Aan het begin van de metingen duurde de winterperiode zo’n 160 dagen, nu is dat 129 dagen. Het koude seizoen is dus precies een maand korter geworden.

Het jaar 1988 wordt beschouwd als omslagpunt. “Sinds dat jaar wordt het elk jaar warmer, waardoor ook het 30-jarig gemiddelde sterk oploopt,” zegt bioloog Arnold van Vliet van de Wageningen Universiteit tegen RTL Nieuws. Die verschuiving zie je in de natuur, gaat Van Vliet verder. “Nu kun je het zien aan de verkleuring van de bladeren aan de bomen. Je ziet dat dat de laatste tijd veel later gebeurt. Het groei- en bloeiseizoen verschuift. Mensen met gras in de tuin merken het ook: je moet langer door met maaien dan voorheen. En je kunt zelfs na kerst nog planten zien bloeien.”

Bron(nen):   RTL Nieuws