Jackpot van 27,5 miljoen euro te groot?

De obsessie om andermans inkomen mag gerust groot heten. Er gaat geen dag voorbij of het salaris van bekende en minder bekende Nederlanders passeert de revu en wordt van commentaar voorzien. Misschien dat de neiging zich met het bezit van anderen te bemoeien al veel langer bestond, maar een zeker fatsoen zorgde er meestal voor dat dit onderwerp niet ter tafel kwam – het is, nee was in zekere zin taboe. 
Dat is dan goed veranderd. 
Met de kredietcrisis is de jacht op de zakkenvuller geopend en werkelijk iedereen die een paar ton verdient, loopt de kans onderwerp van debat te worden. En nooit hoor je een commentator in zo’n geval zeggen dat andermans inkomen te laag is, nee, het is immer te hoog. 
Laten we niet onderschatten dat bij al deze publicaties journalisten zijn betrokken – als auteur of als degene die uitkiest wie aan het woord komt. En de meeste journalisten heben het niet zo begrepen op mensen met een hoog inkomen. Waar de grens ligt? ik zou zeggen: tien euro boven het hoogst denkbare salaris van een journalist in loondienst. En dat is niet veel. 
Volledigheidshalve dient hierbij vermeld dat de inkomsten van voetballers altijd buiten de discussie blijven. Zijn ze gatatoueerd? Slaan ze hun vrouw? Hebben ze een strafblad? Of een grote gouden ring door hun neus? Niemand waagt het om de voetballende miljonairs een strobreed in de weg te leggen, dus als Ruud van Nistelrooij of Arjan Robben 7 miljoen euro per jaar krijgen, is dat volkomen verdiend. 
Snel terug naar de jaloerse journalisten. 
Want wat vanavond in NRC Handelsblad staat, slaat werkelijk alles. De journalist Herbert Blankesteijn maakt bezwaar tegen de jackpot van de Staatsloterij, vandaag uitgegroeid tot 27, 5 miljoen euro. Belastingvrij. 
Hij beweert dat dit veel meer is dan een normaal mens kan opmaken in zijn leven. En wat krijg je als simpele zielen teveel geld hebben? Precies, dan gaan ze het over de balk smijten. Ze krijgen, zoals hij het noemt, een geldinfarct. Blankesteijn heeft ook een oplossing: maak van 1 prijs 10 prijzen, elk van 2,75 miljoen. Dan krijg je niet van die excessen. 
Tot op heden had je de rare gewoonte dat Nederlanders zich druk maken om wat een ander verdient, maar Blankesteijn zet vanaf vandaag een nieuwe norm: we gaan ons voortaan ook bemoeien met het geld dat iemand krijgt, omdat hij een prijs heeft gewonnen. 
En zo werd 10 augustus 2009 toch nog een bijzondere dag in de vaderlandse geschiedenis.

Bron(nen):   NRC Handelsblad