Groupthink in Kopenhagen

De klimaattop in Kopenhagen nadert zijn finale. De opwarming van de aarde moet gekeerd worden, daarover is iedereen het eens, behalve een stel klimaatsceptici die het hele vraagstuk lijken te ontkennen. Dat moet een stel gekken zijn, want zoveel wetenschappers kunnen toch niet fout zitten? 
Dat is maar de vraag, want je hebt klimaatsceptici in allerlei soorten en maten (net als eurosceptici) die het onderling weer oneens zijn en verschillende argumenten aanvoeren voor hun scepsis. 
Maar waarover zij het wel eens zijn (inderdaad: een soort anti-consensus) is dat er in de wetenschap geen consensus bestaat over de theorie dat menselijke activiteiten verantwoordelijk zijn voor het broeikaseffect. Je kunt het klimaatcircus in Kopenhagen ook verklaren uit het verschijnsel ‘groupthink’.
Zulk groepsdenken komt ook onder experts vaker voor. Denk aan de inlichtingendiensten die allemaal dachten dat Saddam Hoessein over massavernietgingswapens beschikte (die hij in het verleden ook werkelijk had). 
En we horen er niet meer zo vaak over, maar in de bloeidagen van het wereldwijde kapitalisme had je de ‘Washington consensus’, over de noodzaak van landen hun economieën open te gooien en aan de wereldmarkt aan te passen (wat nog steeds niet onverstandig is). 
De voorbeelden zijn interessant, omdat degenen die zich in Kopenhagen op ‘consensus’ in de wetenschap beroepen, in de regel weinig moesten hebben van de ‘Washington consensus’ die een kwarteeuw het denken over economie beheerste. 
Groepsdenken onder wetenschappers is dus een heel normale zaak. Maar het ene groepsdenken is nog niet het andere groepsdenken. Zolang het maar een basis heeft in de empirie en niet tot een geloof wordt (wat in Kopenhagen soms ook het geval lijkt).

Bron(nen):   The Wall Street Journal