Intellectuelen zijn blind

Er wordt veel – erg veel, wellicht teveel – geschreven over de kloof tussen kiezer en politicus, en de recente verkiezingsuitslagen in Nederland en Belgie bieden opnieuw stof voor vele beschouwingen over dit onderwerp.
Vandaag biedt NRC Handelsblad in dit genre een zeer goed artikel van de hand van Derk Jan Eppink. Eppink is van vele markten thuis. Eerst was hij journalist (NRC, De Standaard) en correspondent in meerdere landen, daarna ging hij de politiek in en trad toe tot het kabinet van Frits Bolkestein in zijn jaren als Euro-commissaris. Over deze laatste bezigheid schreef hij een bijzonder interessant boek dat de lezer meevoerde tot achter de Europese schermen. Een van Eppinks mooiste aforismen in deze studie: ‘In Europa is de kortste weg de omweg.’ Sinds vorig jaar zit hij in het Europees Parlement namens de Vlaamse Lijst Dedecker. 
In zijn NRC-stuk van vandaag legt Eppink uit hoe het kan dat in Belgie veel mensen op Bart de Wever stemden en in Nederland op Geert Wilders en zijn PVV. Hij ziet een grote kloof – sorry voor het verschikkelijke woord – tussen de spraakmakende elites die zich spiegelen aan het kosmopolitische leven in de wereldsteden en de gewone kiezer voor wie dit allemaal ver van zijn bed is. 
En hoe meer de internationalisering vorm krijgt, hoe meer ook de behoefte betaat aan een beschermde leefwereld dicht bij huis.  Zowel De Wever als Wilders weten deze onderstroom in de ‘Lage Landen’ goed te kanaliseren. Hun boodschap is dat de eigenheid van de bakermat de voorrang verdient boven allerlei zaken (en mensen) van ver. 
De Wever spint garen bij de groeinde weerzin om miljarden Vlaamse euro’s over te maken naar het arme Wallonie, Wilders hamert op de eigen identiteit van de Nederlanders die vooral door intellectuelen wordt ontkend. Lange tijd kenden Nederlanders een gemeenschapsgevoel en ze zijn bang de kernwaarden van die gemeenschap te verliezen door immigratie en islamisering van de stedelijke gebieden. Wilders appelleert aan het sentiment van de Nederlandse culturele indentiteit en iets als een hoofddoekenverbod is slechts 1 aspect van een breed maatschappelijk verschijnsel – die hoofddoek vertegenwoordigt een hele wereld en veel Nederlanders willen die wereld niet in huis hebben.
Veel regenten en intellectuelen vinden die tribale, regionale en nationale oprispingen eng en kleingeestig. Ze vinden dit reacties die tegen de tijdgeest ingaan en die de vooruitgang tegenhouden. 
Maar, zegt Eppink, deze sentimenten zijn niet te negeren. Bedenk nog even hoe Gordon Brown recentelijk bij de Engelse verkiezingen een hele gewone vrouw achter haar rug uitmaakte voor ‘bigot’ en zichzelf daarmee de genadeklap gaf. Het is heel erg nuttig, zo zegt hij, dat politieke leiders wat minder naar de jetset kijken en wat meer naar de roots van gewone mensen. 
Lees dit bijzonder artikel, niet online verkrijgbaar, wel op papier te koop. 

Bron: NRC Handelsblad