De roep om politieke satire: geëngageerde journalistiek of bladvulling?

Welingelichte Kringen schreef al eerder over de politieke satire van Amerikaan Jon Stewart (WIK  21 september) en over de functie van satire in het algemeen en Nederland in het bijzonder (WIK 17 september). Vrij Nederland schreef vervolgens in het nummer van 9 oktober eveneens uitgebreid over Jon Stewart en diens Rally to Restore Sanity. In een apart kader vraagt men zich af waar het Nederlandse antwoord op de totale gekte blijft. Men komt na ruime omzwerving uit op Hans Teeuwen. 

Afgelopen week lag het dubbelnummer van HP/De Tijd in de schappen met op de cover de kreet ‘Nederland mist Koot & Bie – Juist nu!’. Het artikel begint met de vraag: ‘Wat zouden Kees van Kooten en Wim de Bie hebben gevonden van Mark Rutte en van de crisis? Wie van hen zou Ad Koppejan imiteren, wie Geert Wilders?’ Voor het artikel zijn verschillende gezaghebbenden op het gebied van de media geïnterviewd: ‘Voor journalist en kleinkunstkenner Henk van Gelder vulde het programma Kopspijkers van Jack Spijkerman lange tijd de leemte die Kees en Wim hadden achtergelaten. (…) Koefnoen is waardevrijer, nauwelijks moralistisch.’ 
Voor een andere kleinkunstkenner, Jacques Klöters vormden Van Kooten en de Bie lange tijd een moreel kompas. Hij noemt Jiskefet, Koefnoen of Draadstaal ‘briljant, maar er is geen standpunt te bekennen. In deze tijden willen we weer weten wat we vinden of moeten vinden van Geert Wilders, van de economische crisis, de opwarming van de aarde, de uitzetting van Roma, enzovoort. Daarom missen we Koot en Bie nu zo.’ Koos Postema roemt hun vermogen maatschappelijke ontwikkelingen aan de kaak te stellen: "De Tegenpartij is daarvan wel het sterkste voorbeeld…’.

Op zijn beurt kondigt Vrij Nederland voor het nieuwste nummer, dat vanaf 11 november in de winkels ligt, een interview aan met, jawel, Kees van Kooten. Het krijgt als kop mee: Hoe de echte wereld de Tegenpartij overtrof. Er staat een eerste quote van Koot bij: ‘Stel dat we Wilders als type hadden bedacht, dan hadden we hem echt geen blonde pruik opgezet.’ 

Een tijdschrift met cabaretiers op de cover verkoopt altijd goed. Maar wat moet de lezer hiervan denken? Een hype? Journalistieke recycling? Of is er toch, idealistisch gedacht, sprake van journalistiek engagement? Wie krijgt de (publieke) omroep nou echt zo ver om ruim budget en dito zendtijd vrij te maken voor populair, satirisch cabaret?

Bron(nen):   HP/De Tijd