Acteurs in VS hebben extra baan nodig om te overleven. In Nederland binnenkort ook

De meeste acteurs die in New York in een bejubeld stuk spelen, moeten er overdag een extra baan op na houden. Spelen in een van de best besproken toneelstukken van New York is letterlijk verworden tot een hobby, schrijft cabaretier Micha Wertheim in de Volkskrant.
Dat bezuinigingen op de Nederlandse kunstsector een kans zijn om het Amerikaanse, dus op fondsenwerving geënte, systeem, te kopiëren, vindt hij nergens op slaan.
Waarom? In Amerika komen de meeste giften van de private sector bij een paar prestigieuze instellingen terecht. ‘De rest verkeert voortdurend aan de rand van de afgrond of is daar al overheen gevallen’.
Volgens Wertheim wordt die culturele armoede iedere kilometer verder van New York schrijnender. De zeer welvarende operahuizen, theaters en musea in enkele grote steden halen vrijwel al hun geld op uit de private sector. ‘Wie dat voorbeeld in Nederland wil navolgen, moet eerst de bevolking van Nederland even groot maken als die van Amerika. Want het is natuurlijk de wet van de grote getallen die maakt dat er tussen alle culturele armoede nog een paar culturele hoogstandjes overeind blijven.’
Ieder cultureel landschap heeft zijn eigen voedingsbodem. ‘Degenen die ook in Nederland nog eens iets bijzonders op het podium willen zien zonder een halve dag van de provincie naar de Randstad te hoeven reizen om een onbetaalbaar concert bij te wonen, doen er verstandig aan hun energie te steken in het verbeteren van het soms verstikkende subsidie-oerwoud.
Want wie met een botte bijl alles wegkapt, blijft achter in een kale woestijn’.

In de Volkskrant (niet online).

Bron(nen):   de Volkskrant