Wat is er met het traditionele gezin gebeurd?

Zo’n 100 jaar geleden waren gezinnen niet afhankelijk van een mannelijke kostwinner. Iedereen: vader, moeder, kinderen, oma, opa, … droegen hun steentje bij aan het onderhoud van het gezin. Eenouder- en samengestelde gezinnen waren meestal te wijten aan het overlijden van een partner. Een enkele keer ging de partner ervandoor. Echtscheiding en vrijgezel blijven werden niet maatschappelijk geaccepteerd.

Na WO II nam het aantal gezinnen met een mannelijke kostwinner sterk toe. Ook werden de gezinnen kleiner en bleven ze beperkt tot de kern: vader-moeder-kinderen. Men ging op jongere leeftijd trouwen en kinderen krijgen. In de jaren ’60 volgde het feminisme dat vrouwen aanmoedigde om hun onvrede te uiten, gelijke rechten te eisen, te gaan werken, enz.

Veertig jaar later, in 2006 definieerde het USA Census Bureau een gezin als ‘2 of meer personen die met elkaar verbonden zijn door verwantschap, huwelijk of adoptie’. Een heel beperkte omschrijving, terwijl er op dat moment al veel variatie was in de samenstelling van gezinnen. Behalve traditionele gezinnen met een man, een vrouw en 2,5 kind, waren er ook homoparen met en zonder kinderen, eenoudergezinnen, echtparen zonder kinderen, ….

In 2011 is dat niet anders. Bovendien is de demografische samensteling van buurten nu veel gevarieerder. In het begin van de jaren ’60 woonden echtparen van ongeveer dezelfde leeftijd, etnische achtergrond en sociale klasse bij elkaar in de buurt. Nu zijn er behalve verschillen in etnische achtergrond, sociale klasse, leeftijd, seksuele geaardheid en culturen ook nog verschillen in de samenstelling van gezinnen doordat mensen vaker scheiden en een nieuwe relatie aangaan.

Het goede nieuws is dat mensen veel meer keuze hebben om te bepalen waar ze willen wonen, waar ze werken en welke relatie en/of welk gezin ze willen hebben. Er zijn veel samenlevingsvormen die vroeger niet en nu wel maatschappelijk aanvaard worden.

De keerzijde van de medaille is dat de samenleving er een stuk complexer door is geworden en dat maakt het voor beleidsmakers moeilijk om te bepalen wat gezinnen nodig hebben. Zo publiceerde de Council on Contemporary Families (CCF) de resultaten van een onderzoek naar depressies bij moeders van jonge kinderen. Moeders die geen baan hebben en dat ook niet zouden willen, hebben niet vaak een depressie. Hetzelfde geldt voor moeders die liever werken en een goede baan hebben. Moeders die liever buitenshuis wilden werken, maar huisvrouw waren wel vaker depressief.

Kortom, wat goed is voor gezinnen varieert net zo sterk als hun samenstelling en manier van leven. Ook in Nederland is het traditionele gezin al lang niet meer de hoeksteen van de samenleving. En daar moeten beleidsmakers maar rekening mee houden.

Bron(nen):   Psychology Today   CCF  New York Times