Mijn brein in het jaar 2045

In 2045 ga ik naar de huisarts voor een routine check-up. Ik laat mijn bloeddruk, cholesterol en hartslag nakijken, maar ik krijg ook een psychische routinecontrole. Mijn jaarlijkse winterdip is hardnekkiger dan in andere jaren. Mijn vermoeidheid verdwijnt niet en geregeld overvalt me een gevoel van neerslachtigheid.

Ik ben niet bovengemiddeld gevoelig voor serotonine- en cortisolafwijkingen, zegt mijn arts. Dat leidt hij af uit mijn genetisch profiel. In 2045 beschrijven artsen psychiatrische stoornissen als onevenwichtigheden in neuronale hersencircuits en neurotransmitters. Waarschijnlijk acht mijn huisarts het daarom raadzaam om een EEG te maken en zie: mijn emotionele hersencircuits zijn uit balans. Niets om ongerust over te zijn, maar hij schrijft toch een paar sessies magnetische hersenstimulatie voor.

Om mijn conditie te verbeteren, raadt hij me niet alleen aan meer te sporten, maar ook intensiever aan neurofeedback te doen. Je zet een koptelefoon met ingebouwde EEG op en luistert naar je favoriete klassieke muziek. Het elektro-encefalogram meet de stress in het brein; hoe meer ik ontspan, hoe vloeiender de muziek klinkt. Spiertraining voor het brein.

De 3 sessies elektromagnetische hersenstimulatie hebben effect. Ik voel me een stuk beter. Niet kunstmatig vrolijk, maar gewoon. Fantastisch toch, dat vroegtijdige detectie me voor een burn-out behoedt.

Vroeger deed de psychiatrie vooral aan symptoombestrijding. Nu, in 2045, zijn veel psychische ziektes nog niet te genezen, maar betere diagnose en behandeling laten de meeste patiënten vrij normaal functioneren. Ingeplante sensoren en biomarkers zijn even normaal geworden als de pacemaker voor hartproblemen. Ze registreren onregelmatigheden in de hersencircuits en -chemie, en dienen medicijnen of elektrische stimulatie toe op maat van de patiënt. Vroegtijdige screening van geestesziektes is ondertussen even gebruikelijk als screening van borstkanker. Zelfs bij het medische schoolonderzoek krijgen kinderen standaard een hersenscan om ontwikkelingsstoornissen tijdig te voorspellen.

Bron(nen):   De Standaard