DSM-5 zorgt NIET voor medicalisering

Je kunt geen krant of tijdschrift open slaan of je krijgt te horen dat de DSM-5, de nieuwe versie van 'de bijbel van de psychiatrie' onnodig medicaliseert. Het aantal stoornissen neemt toe, onder meer omdat de criteria voor het hebben van bepaalde stoornissen zouden versoepeld zijn: dat klopt. Je zult eerder voldoen aan de criteria voor een depressie bv., maar er wordt een uitzondering gemaakt voor rouw waarvan eerder voorgesteld werd om dat ook bij de depressies te scharen. De DSM-5 is namelijk een concept dat pas aan het eind van dit jaar definitief vastgesteld wordt. Wereldwijd kunnen psychiaters er nog hun zegje over doen.

Anderzijds is het aantal persoonlijkheidsstoornissen teruggebracht tot 6 en ook daarop is veel kritiek. Meer diagnoses is niet goed, maar minder dus ook niet. Eerst zou ook de narcistische persoonlijkheidsstoornis verdwijnen en eigenlijk zou ik zeggen 'what's the waste?'. Misschien heeft een narcistische psychiater er zijn levenswerk van gemaakt en dan is dat sneu natuurlijk. Maar wat zegt een persoonlijkheidsstoornis eigenlijk? Als je voldoet aan de criteria van 1 persoonlijkheidsstoornis, voldoe je meestal ook aan de criteria van een tweede en soms ook nog een derde. Welke de belangrijkste is, is discutabel, dus krijgen veel patiënten de diagnose Persoonlijkheidsstoornis NAO (niet anders omschreven). Maakt het dan nog wat uit of er 5 of 6 of 28 categorieën zijn, als ze later toch weer op 1 hoop geveegd worden.

Nu wordt er echter nog een belangrijke wijziging voorgesteld in de diagnostiek van de persoonlijkheidstoornis: de dimensionaliteit. En 2 wijzigingen in 1 keer, dat wordt veel psychiaters al gauw teveel natuurlijk. Toch wordt er al minstens 20 jaar gepleit voor een dimensionale in plaats van een categorale benadering van de psychiatrische diagnostiek. Categorale diagnostiek betekent: je hebt diagnose A. antisociale of B. borderline of C. van beiden wat (NAO). Iedereen keurig in 1 hokje: klaar. Dimensionaal betekent dat je bv. een bepaalde mate van negatieve emoties hebt, een bepaalde mate van sociale teruggetrokkenheid en enige impulsiviteit. Dat geeft je een duidelijker beeld van die persoon, dan alleen maar 'borderlinestoornis'. Een grote vooruitgang, lijkt mij.

Tenslotte kun je veel van de kritiek op de DSM-5 niet op het boekje afwentelen. Als de criteria voor een depressie versoepeld worden, krijg ik sneller een 'echte' diagnose en een bijbehorende DBC (diagnose-behandel-combinatie). Ik heb recht op een behandeling in de 2e lijn (met een groot aantal therapieën) en dat valt onder de basisverzekering. Alleen bij het begin van een nieuwe DBC heb ik een eigen risico). Als je net niet aan de criteria voldoet, heb je recht op een bepaald beperkt aantal sessies bij een 1e lijnspsycholoog met een eigen bijdrage. De beleidsmakers (en niet de DSM-5) zorgen er dus voor dat ik er baat bij heb om een DSM-5 etiket in de wacht te slepen.

En hoe zit het dan met de medicalisering? In de DSM-5 staat NIETS over de aanbevolen behandeling. Dat ik een depressie heb, betekent niet dat ik met antidepressiva moet worden behandeld. Er zijn tal van effectieve niet-farmacologische alternatieven, die tot het aanbod van de 2e lijn behoren. Het zijn nog steeds de huisartsen en de psychiaters die de medicijnen voorschrijven. Voor een groot gedeelte van de kritiek geldt dus: dames, heren psychiaters, steekt uw hand in eigen boezem.

P.S. Het meest genuanceerde artikel hierover las ik in Vrij Nederland nr. 20 (niet online)