De grote mond van Nicolas Sarkozy

Vorige week ontmoette de Franse president enkele parlementsleden. Daarbij zei Sarkozy wat zijn indrukken waren van de andere wereldleiders die hij tijdens de G20 had ontmoet.
Over Jose Luis Zapatero, de Spaanse premier: “Hij is misschien niet bijzonder intelligent. Maar ik ken er ook die erg intelligent zijn [Sarkozy doelt hij op andere premiers], maar die desondanks niet tot de tweede ronde van de presidentsverkiezingen wisten door te dringen [het gaat hier om Lionel Jospin, voormalig socialistisch voorman in Frankrijk].
Over Jose Manuel Barroso: “Hij was totaal absent tijdens de G20.”
Over Barack Obama: “Hij is nog maar twee maanden geleden gekozen en heeft nog nooit van zijn leven een ministerie gerund.”
Over Angela Merkel: “Toen ze eindelijk begreep in welke toestand haar banken en haar industrie zich bevonden, kon ze zich alleen maar achter mij scharen.”
Nu deze uitspraken op straat liggen, is er in Frankrijk veel om te doen. Ook al omdat Ségolène Royal – leider van de socialisten – haar excuses aan Zapatero heeft aangeboden. En dat schiet veel mensen in het verkeerde keelgat: je excuses aanbieden voor iets wat je eigen president deed? En dan ook nog aan Spanjaarden? Geen sprake van!
Het is opvallend dat juist deze uitspraken zoveel opzien baren. Want meestal is Sarkozy veel en veel grover.
In het bekende weekblad Le Canard Enchaîné staan bijna wekelijks vertrouwelijke uitspraken van de president. En daarbij valt één ding op: beledigen is zijn handelsmerk. En grove taal ligt hem voorin de mond beschoren.

Bron(nen):   Le Nouvel Observateur