Iedereen kent ze wel: die collega die nooit te porren is voor een drankje na werktijd, die vriend die liever een avond alleen doorbrengt dan naar een feestje komt, of die kennis die een zichtbare wegtrekker krijgt wanneer je het over koetjes en kalfjes hebt. Vaak worden zulke mensen gezien als afstandelijk, arrogant of domweg ongezellig.
En dat is ook heel goed mogelijk, maar volgens psychologen kan er ook iets anders aan de hand zijn. Uit verschillende onderzoeken blijkt namelijk dat gedrag dat vaak als antisociaal wordt bestempeld, vaker voorkomt bij mensen met een hoge
intelligentie.
Alleen zijn is niet hetzelfde als eenzaam
Voor veel mensen geldt: hoe meer sociale contacten, hoe groter het geluksgevoel. Toch blijkt uit een grote studie onder ruim 15.000 jongvolwassenen dat dit verband niet opgaat voor iedereen.
Bij mensen met een hogere cognitieve capaciteit bleek vaker socialiseren juist samen te hangen met minder levenstevredenheid.
Savannetheorie
Wetenschappers verklaren dat met de zogenoemde savannetheorie. Het idee daarachter is dat intelligente mensen minder afhankelijk zijn van een grote sociale kring om zich goed te voelen. Ze richten zich vaker op langetermijndoelen en hebben minder behoefte aan voortdurende sociale prikkels.
Een avond alleen op de bank voelt voor hen dan ook niet als een gemis, maar als een kans om na te denken, te creëren of problemen op te lossen.
Dagdromen versus niet opletten
Ook mensen die regelmatig lijken weg te dromen, krijgen vaak het verwijt dat ze niet luisteren. Maar neurowetenschappers zien dat anders.
Onderzoek laat zien dat afdwalen van gedachten juist samenhangt met creativiteit, probleemoplossend vermogen en een sterk werkgeheugen.
Het brein blijft tijdens zo'n dagdroom namelijk actief op de achtergrond werken aan vragen en uitdagingen. Dat verklaart waarom oplossingen soms ineens opduiken onder de douche of tijdens een wandeling.
Wetenschappers vermoeden zelfs dat mensen met meer cognitieve capaciteit vaker afdwalen. Niet omdat ze ongeconcentreerd zijn, maar omdat hun brein simpelweg sneller is uitgekeken op een eenvoudige taak.
Hekel aan koetjes en kalfjes
Een derde eigenschap die regelmatig verkeerd wordt geïnterpreteerd: een afkeer van oppervlakkige gesprekken. Onderzoek toont aan dat mensen die zich mentaal en sociaal goed voelen vaker diepgaande gesprekken voeren en minder behoefte hebben aan koetjes en kalfjes.
Voor iemand die voortdurend op zoek is naar patronen, ideeën en betekenis kan een gesprek over het weer of het fileleed pijnlijk saai zijn. Dat wordt soms uitgelegd als arrogantie. Maar volgens psychologen gaat het meestal niet om desinteresse in de medemens.
Integendeel. Mensen met deze eigenschap zijn vaak juist enorm geïnteresseerd in anderen, zolang het gesprek maar ergens over gáát. Waarom mensen doen wat ze doen, hoe ideeën ontstaan of hoe ogenschijnlijk losse onderwerpen met elkaar verbonden zijn. Dáár wordt hun brein pas echt wakker van.