Thomas Friedman: Vaarwel Irak

Thomas Friedman reisde nog een keer door Irak nu de Amerikanen op het punt staan het land te verlaten. Want zo gaat dat bij de grote columnisten in de VS: met regelmaat wordt de studeerkamer verlaten om ter plekke te kijken hoe het zit.
Friedman is in Kirkuk, het olierijke district in het noorden van Irak. Hij is er getuige van hoe een Amerikaanse admiraal overleg voert met de provinciale leiders van de soennieten, Koerden, Turkmenen en christenen. De vraag is wie straks aanspraak kan maken op welk deel van het gebied.
Er moeten allerlei grote problemen worden opgelost. Hoe kan het fatsoenlijke burgerlijke leven eindelijk zijn intrede doen na jaren van oorlog en terreur? Hoe precies moet de macht in Kirkuk worden verdeeld? En de olie-opbrengsten, wat zal de verdeelsleutel zijn tussen de provincie en de landelijke regering? En de etnische verschillen, niet te vergeten?
“It’s my lucky day,” schrijft Friedman.
Hij ziet hoe op de legerbasis druk wordt overlegd tussen Amerikaanse en Iraakse militairen – het lijkt of ze elkaar hebben gevonden en of er tenslotte sprake is van een vruchtbare samenwerking.
Binnenkort zal blijken waar die Amerikaanse inmenging toe heeft geleid. Over 18 maanden zijn de westerse troepen vertrokken en dan moeten de bewoners in staat zijn een eigen natie op te bouwen.
Friedman pleit voor veel meer Amerikaanse inbreng om die nationbuilding tot een goed eind te brengen, desnoods met een speciale minister of staatssecretaris. Het is zo belangrijk dat dit gaat lukken – dat de VS zich daarvoor veel meer moet inspannen, meent hij.

Bron(nen):   The New York Times