Gevaarlijk: landen die ook kernwapens willen

Het bezit van kernwapens blijkt een buitengewoon effectief hulpmiddel om ervoor te zorgen dat je serieus te worden genomen. Zoals Iran en Noord-Korea recentelijk hebben aangetoond, bedenken de VS en zijn bondgenoten zich wel drie keer voordat ze voor een ramkoers kiezen. Want Iran en Noord-Korea hebben de beschikking over een of meer kernwapens, of hebben dat in ieder geval bijna.
Dat is verontrustend genoeg. Maar voor veel regimes is het bezit van een of meer atoombommen alleen maar aantrekkelijker geworden. Het Amerikaanse blad Foreign Policy meldt dat er al weer vijf kernmachten in de dop klaar staan om een grotere rol op het wereldtoneel op te eisen, of die anderen daarbij behulpzaam kunnen zijn.
Dit zijn die vijf:
1. Birma. De autoriteiten werken samen met Noord-Korea, onder meer bij de bouw van een geheim kernreactor.
2. Bangladesh. Met goedkeuring van het IAEA en steun van Pakistan werkt het land aan de ontwikkeling van kernenergie. Maar dat kan riskant zijn, omdat het politieke situatie instabiel is en Bangladesh kan worden meegesleept in de wapenwedloop tussen India en Pakistan.
3. Kazachstan. De voormalige Sovjet-republiek is een grote uranium-exporteur, die nu zelf uranium wil gaan verrijken. Het is onwaarschijnlijk dat het land zelf kernwapens wil ontwikkelen, maar er zijn verontrustende aanwijzingen dat nucleair materiaal uit Kazachstan makkelijk in verkeerde handen kan vallen.
4. Venezuela. Hugo Chavez wil kernenergie gaan opwekken. De Venezolaanse president verzekert dat hij geen kernwapens wil, maar dat is weinig geruststellend gezien de oorlogstaal die hij regelmatig bezigt en de enorme wapenaankopen van de laatste jaren.
5. Verenigde Arabische Emiraten. Met steun van de VS gaan de VAE enkele kerncentrales bouwen. Hoewel de Emiraten bekend staan als stabiel met verantwoord leiderschap, kunnen de nucleaire ambities er gemakkelijk toe leiden dat ook andere landen in de regio zelf kernenergie gaan opwekken. En dan gaat het om landen (Egypte, Jemen) waarvan de intenties en de toekomst moeilijk is te voorspellen.

Bron(nen):   Foreign Policy