Duitse eenwording? Staaltje staatsmanskracht

Twintig jaar geleden viel de Berlijnse Muur en de Duitse eenwording lijkt achteraf gezien het logische resultaat. Maar die eenwording was geenszins een gegeven. 
Thatcher en Mitterrand wilde die niet, en ook in Duitsland zelf waren er stemmen die er niks van moesten hebben. Veel SPD-politici bijvoorbeeld (zoals Schröder en Lafontaine) waarschuwden ervoor, en ook DDR-dissidenten (onder wie veel dominees) die de grote demonstraties hadden geleid, voorafgaand aan de val van de Muur (die zij niet hadden verwacht). Die DDR-dissidenten wilden met de DDR verder, en een nieuw socialistisch-achtig experiment (‘socialisme met een menselijk gezicht’). 
Maar de DDR-burgers wilden wat anders. Die wilden de eenwording: ‘Wir sind das Volk’. 
Het was de Bush-regering die achter de schermen rugdekking verleende aan Helmut Kohl om de eenwording (gestuwd van onderop door de Oost-Duitse bevolking) zo snel mogelijk door te drukken. 
Dat was een belangrijk staaltje staatsmanskunst, van historisch belang, want stel dat de Duitse eenwording minder snel was verlopen? Dan had die jarenlang een hypotheek op de verhoudingen in centraal-Europa had gelegd, met jaren instabiliteit, en mogelijk een monsterverbond van Britten, Fransen en Russen tegen de eenwording. 
Zo onwaarschijnlijk was dat niet, want tijdens de Koude Oorlog heette het dat de Duitse eenwording pas mogelijk was als sluitstuk van de Europese eenwording. In werkelijkheid is het precies andersom gegaan. De Amerikaanse steun voor de Duitse eenwording was dus cruciaal. 
Philip Zelikow heeft er ook een van de beste boeken over de Duitse eenwording tot nu toe over geschreven: Germany Unified and Europe Transformed. A Study in Statecraft. (Harvard University Press 1995). Samen met een andere auteur, Condoleezza Rice. Inderdaad, de latere Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. Zulke beroerde diplomaten zijn de Amerikanen dus niet. Het doordrukken van de de Duitse eenwording, vandaag een vanzelfsprekendheid en door niemand aangevochten, was hun grootste triomf.

Bron(nen):   The New York Times