De Hollanditis is weer terug

In Nederland kun je horen dat het allemaal niet zoveel voorstelt, die aftocht uit Uruzgan van een klein land dat in Afghanistan niks te zoeken heeft. Goed dat commandant Wouter onze troepen uit het bos heeft gestuurd. 
Maar in Amerika denken ze er wel degelijk anders over. Daar wordt de Nederlandse terugtocht in Europees perspectief geplaatst, als voorbeeld van de zoveelste Europese neiging om ‘m militair te drukken. Robert Gates, de minister van Defensie van zowel Geroge Bush als nu Barack Obama, heeft zich in die zin uitgelaten en spreekt van een klap. Dat zegt zo iemand niet als de Nederlandse stap niks voorstelt. De dagen van de hollanditis lijken teruggekeerd. 
Tegen die achtergond was het dubbel opmerkelijk dat de hoofdrolspeler uit die dagen, Mient-Jan Faber, vorige week de enige PvdA’er was die erop wees dat zijn partij bezig was de oorlog de oorlog te laten en dus de handschoen in de ring wierp. In Nederland kijken we daar anders tegenaan: daar heet de aftocht van Wouter Bos c.s. uit Afghanistan en het kabinet ‘moedig’ en ‘de rug recht houden’. 
Hoe je verder ook over de missie naar Uruzgan en de PvdA mag denken: deze voorstelling van zaken is naar alle objectieve maatstaven gemeten absurd. Met de Hollandse sociaal-democratie win je in het buitenland overduidelijk de oorlog niet – en dus ook de vrede niet.

Bron(nen):   The New York Times