Ook de SPD heeft geen ‘sterke mannen’ meer

In heel Europa verkeert de sociaal-democratie in een crisis, niet alleen wat ideologische koers betreft, maar ook vanwege een gebrek aan aansprekende persoonlijkheden. Nergens is dat duidelijker dan in Duitsland, de bakermat van het Europese socialisme, waar de partij van Willy Brandt en Helmut Schmidt (die zijn ‘socialisme’ had opgesnoven in de officierskamers) geen erfgenamen meer kent.
Natuurlijk, er was de generatie van ’68, die Gerhard Schröder (Genosse der Bosse) heeft voortgebracht, maar die staat voor zijn pensioen. Schröders politieke stijl om kwesties met een bars ‘Basta!’ tot Chefsache te verklaren en daarna te doen wat hem goeddunkte, vindt geen genade meer in de ogen van de jongere generaties. 
Dat is natuurlijk heel sympathiek, want hoewel Schöder fysiek een klein opdondertje was (hij liet zich in een kleiner model Audi A8 zonder type-aanduiding voorrrijden, omdat hij in de echte A8 verschrompelde), had hij wel het politieke instinct van een hele grote. Zelfs toen hij in 2005 de verkiezingen van Angela Merkel verloor, deed hij nog alsof hij had gewonnen (een sociaal-democratisch trekje dat ons ook niet onbekend voorkomt).
De jongere SPD’ers zijn niet meer zo, althans nog niet zo. En de kans dat zij ooit zo zullen worden, is klein, want niemand kent de jonge sociaal-democraten van naam en de erfgenamen stellen zich bescheiden op (waar Schröder als jongsocialist nog aan de poort rammelde met de mededeling dat hij bondskanselier ging worden). Winston Churchill merkte ooit over Labour-leider Clement Attlee op ‘dat hij ook veel had om bescheiden over te zijn’. Maar anno 2010 moeten de sociaal-democraten zich grote zorgen maken als zich zelfs in het land van Marx en Engels geen grote persoonlijkheden meer aandienen om een volkspartij als de SPD op de kaart te houden. 

Bron(nen):   Frankfurter Allgemeine Zeitung