Dick Cheney: nu dóórgaan met martelen

De voormalige vicepresident van de VS Dick Cheney heeft vandaag, in de nasleep van Osama bin Laden, een lans gebroken voor het herinvoeren van de gespierde ondervragingstechnieken – een eufemisme voor folterpraktijken- van terreurverdachten. Die methodes, met het waterboarden als bekendste voorbeeld, waren bon ton onder de regeringen van president George W. Bush, als onderdeel van de globale oorlog tegen de terreur.

Cheney ziet een legitimatie in marteltechnieken door de succesvolle zoektocht naar de woonplaats van bin Laden toe te schrijven aan door marteling verkregen informatie van veronderstelde terroristen. In een interview op de Republikeinse zender Fox News stelde Cheney dat op zijn minst de eerste indicaties over de plaats van oponthoud van bin Laden verkregen werden door het waterboarden van islamitische gevangenen. Hij gaf wel toe dat ook andere factoren hebben meegespeeld in het vinden van publieke vijand nummer n.<>

Bij het aantreden van president Obama hadden sommige mensenrechtenactivisten gehoopt dat de nieuwe regering mensen als Bush, Cheney en anderen zou aanklagen wegens het openlijk propageren van ‘enhanced interrogations’. Dat gebeurde niet, en sinds een week roepen een aantal Republikeinen om ter luidst hoe nuttig die technieken zijn geweest in de zoektocht naar Osama, met andere woorden: hoe de liquidatie van de terreurleider grotendeels te danken is aan Obama’s (Republikeinse) voorgangers.

Bron(nen):   De Morgen