Spreek een willekeurig persoon aan en de kans is groot dat u hetzelfde verhaal hoort: mensen worden asocialer. Van luidruchtige TikTok-filmpjes in de trein en agressie tegen ambulancepersoneel tot fatbikes die je van je sokken rijden, het voelt alsof fatsoen een vies woord geworden is.
Dat gevoel staat niet op zichzelf. In tientallen landen denken mensen dat we ons asocialer gedragen dan vroeger. In de VS gelooft bijvoorbeeld bijna de helft van de bevolking dat onbeleefdheid toeneemt. Het pessimisme is wijdverbreid en hardnekkig. Maar is het ook terecht?
Wie iets verder kijkt dan incidenten en onderbuikgevoelens, ziet een opvallend ander beeld. Onderzoek naar menselijke waarden laat namelijk iets hoopgevends zien. Loyaliteit, eerlijkheid en behulpzaamheid staan al jaren bovenaan het morele wensenlijstje van mensen, terwijl macht en rijkdom steevast onderaan bungelen. Dat geldt niet voor één land of cultuur, maar voor tientallen samenlevingen, van Europa tot ver daarbuiten. Jong, oud, religieus of seculier, de overeenkomsten zijn groter dan de verschillen.
Zelfs groepen die volgens het publieke debat lijnrecht tegenover elkaar staan – denk aan Democraten en Republikeinen of VVD'ers en GroenLinks-stemmers – blijken verrassend vergelijkbare waarden te delen. Het beeld van een moreel uiteenvallende, diep verdeelde samenleving blijkt bij nadere inspectie vooral een verhaal dat we elkaar vertellen.
Maar waarden zijn één ding, gedrag is iets anders, zo wordt vaak tegengeworpen. Ook daar blijkt het beeld minder somber dan gedacht. Camerabeelden van echte conflicten in de openbare ruimte laten zien dat omstanders in negen van de tien gevallen ingrijpen wanneer iemand in de problemen komt. Niet alleen in keurige wijken, maar ook in landen en contexten waar men dat misschien minder zou verwachten.
En dan zijn er de kleine, stille daden. Verloren portemonnees worden vaker teruggebracht als er geld in zit, juist omdat vinders beseffen hoe pijnlijk het verlies is voor de eigenaar. Mensen die onverwacht een groot geldbedrag krijgen, besteden een aanzienlijk deel daarvan aan anderen of aan goede doelen.
Waarom houden we dan toch zo hardnekkig vast aan het idee dat alles bergafwaarts gaat? Omdat slecht nieuws beter verkoopt en omdat sociale media extreme meningen uitvergroten. Wat we dagelijks zien, is geen representatieve afspiegeling van ons gedrag, maar van wat aandacht trekt.
Dat pessimisme is niet onschuldig. Mensen die denken dat anderen vooral egoïstisch zijn, blijken minder te stemmen, minder te helpen en minder bij te dragen aan de samenleving, want waarom zou je investeren in een samenleving die toch niet deugt? Dat blijkt dus een misvatting: we deugen best wel.