‘We moeten de macht van de rijken afpakken, en dus hun geld. En dat is zo makkelijk’

Jan Terlouw ziet in de corona-crisis niet alleen nadelen, zegt hij tegen Humo. “Het is een tijd die niemand ooit heeft meegemaakt. Dit is splinternieuw voor iedereen. Dus niemand weet hoe het verder zal gaan. Wat me opvalt, is dat de rolverdeling in de samenleving weer duidelijker wordt. Het kabinet neemt maatregelen en de burgerij vindt die leidende rol prettig. En ook het parlement weet weer wat het moet doen, namelijk die maatregelen controleren. Je ziet ook dat de wetenschap weer meer op waarde wordt geschat. Gelukkig, want dat was een zeer zorgelijke ontwikkeling, dat Parlementsleden zeiden: ik geloof de wetenschap niet. Terwijl politici moeten beseffen dat ze geen wetenschappelijk debat kunnen voeren, daar hebben ze eenvoudig de deskundigheid niet voor. Ze moeten de resultaten van de wetenschap politiek en maatschappelijk interpreteren. De regering moet regeren. En dat is wat mensen bij een crisis prettig vinden.”

Als we echt iets willen leren van deze tijd moeten we de ongelijkheid aanpakken, vindt Terlouw. “Ik zit net dat dikke boek van Piketty te lezen, ‘Kapitaal en ideologie’, dat gaat over de ongelijkheid die er altijd is geweest in de wereld, en die de laatste twintig jaar werkelijk de pan uitrijst. Het aantal miljardairs is enorm toegenomen, terwijl het vermogen van het minder betaalde deel van de bevolking nauwelijks groeit of zelfs achteruitgaat. Daaraan moet nodig wat gebeuren, want geld is macht. En die macht wordt gebruikt om deze beweging te blijven bevorderen. Die macht moet worden afgenomen, dus het geld moet ze worden afgenomen. Dat gaat niet vanzelf. In de Bijbel staat het al: ‘Eerder gaat een kameel door het oog van de naald, dan dat een rijke het koninkrijk der hemelen in gaat.’ Dus dat moet de politiek doen, dat is zo belangrijk. En dat is zo makkelijk als wat. Door veel hogere belastingen in die richting.”