Waarom zijn we eerlijk?

Waarom belazeren we elkaar niet veel vaker? Waarom behandelen de meeste mensen anderen, ook wildvreemden, in principe netjes? The Economist heeft daar een mooi stuk over, gebaseerd op een  studie, die zich lastig in 300 woorden laat samenvatten. De conclusies dan maar. De gangbare opvatting was dat eerlijkheid is overerft uit de tijd dat we in stamverband jaagden. Toen was et niet nuttig en bovendien gevaarlijk elkaar te bestelen. 
Een tweede verklaring is dat eerlijkheid samenhangt met de economie. In samenlevingen met veel handel en marktwerking moet je elkaar kunnen vertrouwen om het systeem draaiende te houden. 
De derde verklaring is religie. Grote wereldgodsdiensten (en zeker het Christendom) hechten aan eerlijkheid en zetten straffen op oplichterij en diefstal.
Voor het onderzoek werden 15 geïsoleerde volkeren bestudeerd die ieder een eigen mate van economische integratie hadden en waarvan sommige wel en sommige niet deelnemen aan een van de wereldgodsdiensten.
De conclusie: de traditionele verklaring dat eerlijkheid aangeboren gedrag is houdt geen stand. De verklaring dat de mate waarin een volk betrokken is bij handel met anderen blijkt veel sterker de eerlijkheid te voorspellen. En godsdienst, en dan met name het christendom, werkt eerlijkheid zeer in de hand.
En misschien is het christendom daarom ook wel een wereldgodsdienst geworden, oppert The Economist. Omdat het zorgt dat mensen netter met elkaar omgaan en er daardoor allemaal beter van worden.

Bron(nen):   The Economist