Oranje-extase is strak geregistreerd theater

Met het WK voor de deur neemt de oranjegekte steeds uitzinniger vormen aan. Wat niet wil zeggen dat Nederlanders almaar vaderlandslievender worden. Henk van Houtum is als politiek geograaf verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en deskundig op het gebied van nationale identiteit. Hij is ook een groot voetballiefhebber en publiceerde onder meer over voetbal, identiteit en territoriumdrift.

‘De oranjegekte rondom het WK voetbal is een strak geregisseerd theater. Iedereen neemt rollen aan en doet even alsof Nederland een afgrensbaar eiland is: de spelers, doorgaans over heel Europa verspreid, worden gerecruteerd als acteurs en worden voor een paar weken ‘onze jongens’ en ‘de nationale trots’. Politici en leden van het koninklijk huis treden op als cheerleaders van de natie. En wij als publiek juichen het vaderlandse team toe, uitgedost in oranje, met een plastic klomp op het hoofd, een ‘brulshirt’ aan of een sinterklaaskostuum – alles wat maar door kan gaan voor typisch Nederlands’, aldus Van Houtum’

‘De werkelijkheid is dat het voetbal geen nationale grenzen meer kent. Een gemiddelde eredivisieclub bestaat voor 40 procent uit buitenlanders, in het Nederlands elftal is meer dan de helft van de spelers allochtoon en bijna alle spelers spelen voor clubs buiten Nederland. Ook de coaches van de WK-teams zijn voor bijna 40 procent buitenlands. De bekendste huurlingcoach is Guus Hiddink, die eerst de held van Nederland was, daarna van Zuid-Korea, Australië, Rusland en nu van Turkije – en overal speelt hij het patriottische spel mee’.

Kortom, landen zijn in het voetbal nauwelijks nog af te grenzen. De Oranje-extase is daarom een make-believe show. Het juichen voor het Nederlands elftal, dat steeds internationaler is geworden, staat in schril contrast met het kille nationalisme en de allochtonenangst die Nederland nu enige jaren in de greep hebben.

Bron(nen):   Rijks Universiteit Groningen  De Gelderlander