Moeders voelen meer werkdruk door coronacrisis dan vaders

Moeders voelen een hogere werkdruk door de coronacrisis dan vaders. Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht, de Radboud Universiteit en de Universiteit van Amsterdam blijkt dat 42 procent van de ondervraagde moeders in november een hogere werkdruk voelde dan voor de coronacrisis. Bij vaders was dit 31 procent.

Gedurende de coronacrisis is het percentage moeders dat een hogere werkdruk voelde dan voor de eerste lockdown, ongeveer gelijk gebleven. In april en juni voelde ongeveer 40 procent een hogere druk. Bij vaders schommelt dit meer. In april gaf 31 procent aan meer werkdruk te ervaren, in juli daalde dat naar 26 procent. Vooral ouders met een cruciaal beroep zeggen meer werkdruk te ervaren, 47 procent gaf dat aan. Ouders met een niet-cruciaal beroep hadden in 28 procent van de gevallen meer werkdruk.

De drie universiteiten doen onderzoek naar gender(on)gelijkheid tijdens de pandemie in Nederland. Aan de meting in november deden 1097 respondenten in 901 huishoudens mee.

Zorgtaken

De onderzoekers keken ook naar zorgtaken in huishoudens. Tijdens de eerste lockdown in april waren de zorgtaken tussen vaders en moeders veel gelijker verdeeld dan voor de coronacrisis, 22 procent van de vaders zei meer zorgtaken op zich te nemen. In juni was dit gestegen naar 31 procent. Daarna daalde dit echter en in november zei nog 18 procent van de vaders meer huishoudelijke klussen te doen dan voor corona. In 33 procent van de gezinnen waren de zorgtaken in november ongeveer gelijk verdeeld. Bij de families waar dat niet zo is, doet de moeder meestal nog meer dan de vader.

De vaders zijn volgens de meting wel positiever over de verdeling van de taken. Vaders geven het gemiddeld een 7,5 en moeders een 6,9 op een schaal van 1 tot 10.