Generaties in Nederland: wie geboren is tussen 1960 en 1990 zit gebeiteld

Het Sociaal en Cultureel Rapport 2010 van het Sociaal Cultureel Planbureau verschijnt vandaag onder de titel ‘Wisseling van de wacht: generaties in Nederland’.

Het maatschappelijk debat gaat vaak over de maatschappelijke positie van jongeren en ouderen, op de bevoorrechte positie van babyboomers en de minder bevoorrechte positie van de dertigers en veertigers. Het Sociaal en Cultureel Rapport 2010 hanteert een breder perspectief, namelijk generatieverschillen op het sociale en culturele terrein, zowel binnen families als tussen maatschappelijke generaties onderling, en de mate van solidariteit tussen generaties.

Generaties binnen families

  • 6 op de 10 ouders zegt hun kinderen op dezelfde manier op te voeden als hun ouders dat deden.
  • Ouders dragen politieke belangstelling en partijvoorkeur over. Als beide ouders op dezelfde partij stemmen, doet 2/3 van de kinderen dat ook.
  • Vrijetijdsgedrag van ouders heeft veel invloed op dat van de kinderen. Dat geldt voor museumbezoek en sport, maar ook voor slechte gewoonten, zoals roken en drinken.
  • Ouders blijven hun kinderen steunen als ze het huis uit zijn: 20 tot 30% van de jongvolwassenen ontvangt regelmatig praktische of financiële steun van hun ouders.
  • 75% van de mensen tussen 45-64 jaar biedt hun (hoog) bejaarde ouders emotionele steun en 30% hulp bij het huishouden of praktische hulp.
  • De helft van de Nederlanders is bereid om een paar maanden voor hun hulpbehoevende ouder(s) te zorgen.

Maatschappelijke generaties

  • Veel Nederlanders (80%) rekenen zichzelf soms (60%) of vaak (20%) tot een bepaalde generatie. Hierin verschillen generaties niet van elkaar.
  • Nederlanders zien meer generatieverschillen over culturele voorkeuren en waarden m.b.t. gezin en seksualiteit dan in opvattingen over arbeid en politiek, terwijl er in werkelijkheid weinig generatieverschillen zijn.
  • De wisseling van de wacht (generaties nemen de plaats in van eerdere generaties) zal in de komende tijd niet tot grote veranderingen in opvattingen en gedrag in de Nederlandse samenleving leiden.
  • De tweede generatie niet-westerse migranten bereikt wel meer in het onderwijs en op de arbeidsmarkt dan de eerste.
  • Wie geboren is tussen 1960 en 1990 zal in zijn leven het meeste profijt van de overheid hebben.

Solidariteit tussen de generaties

  • De meeste ouders (66%) zijn niet van plan om een erfenis aan hun kinderen na te laten: zij genieten liever van het leven.
  • De solidariteit in het pensioenstelsel staat onder grote druk: 67% van de werkenden wil niet afzien van een loonsverhoging om anderen te ontzien.
  • Het milieubesef is bij jongeren en ouderen ongeveer even groot, maar jongeren hebben meer kennis over het milieu en ouderen gedragen zich milieubewuster.
  • Jongeren hebben meer last van overlast door jongeren dan ouderen. De ‘jeugd van tegenwoordig’ is vooral een bron van overlast voor zichzelf.
  • Buiten de familie om zijn contacten tussen verschillende generaties spaarzaam en echte vriendschappen zeldzaam.

Het rapport is gratis te downloaden.

Bron(nen):   SCP  download