Hoogbegaafden op de werkvloer

Al die hoogbegaafde kindertjes die het moeilijk hebben op school, worden natuurlijk allemaal groot en dan komt de sores van hoogbegaafd zijn tussen ‘domme’ collega’s. Je mag jezelf al hoogbegaafd noemen als je een IQ van 130 hebt. Dat is niet heel erg uitzonderlijk, want 2% van de bevolking heeft dat.

Het kan prettig zijn om slimmer te zijn dan de rest, maar het is soms ook moeilijk. Een handicap. Een bron van lijden. En een taboe. Zélfs in de kenniseconomie: zonder hoogbegaafden geen innovatie, dé sleutel van onze economische toekomst, maar dan moeten ze wel herkend, erkend en gewaardeerd worden. En dat worden ze niet: naar schatting 1/3 van alle hoogbegaafden zou niet op een passende werkplek zitten.

Voor Laura (30) is de arbeidsmarkt een mijnenveld. Haar baas en collega’s weten niet dat ze hoogbegaafd is, dus ze wil enkel onder een schuilnaam getuigen:

‘Als kind zonderde ik me wel wat af. Dan zat ik in m’n eentje te fantaseren: ik bedacht fictieve verhaaltjes, of ik schreef liedjesteksten op bestaande of zelfbedachte muziek. Ik probeerde ook mee te praten met de grote mensen. Nu, van een kind van 6 wordt dat nog grappig gevonden. Maar doe dat als 16-jarige, en ze vinden je een arrogante trut. Dat is het tragische aan een hoogbegaafd kind: het blijft niet lang een kind’.

‘In het 3e of 4e jaar van de middelbare school liep het fout. Ik weet niet of het een depressie was, maar ik voelde me slap en moe. Mijn punten gingen naar beneden. En doordat ik gewend was om het goed te doen, kreeg ik steeds méér faalangst. Tot haast een schoolfobie toe: niet meer willen gaan, uitstelgedrag … Van m’n 14e tot mijn 19e heb ik mezelf ook geknepen, gekrabd, sporadisch gesneden. Uiteindelijk bereikte ik een punt dat ik niet meer wist of ik wilde leven. Ik zat vast en wilde eruit maar ik wist niet hoe’.

Na haar opleiding (filmschool en journalistiek) vindt Laura een ‘stomme’ administratieve baan.

‘Weet je wat het is: als ik met mensen praat, heb ik altijd het gevoel dat ik door de mand val. Dat ze zullen zien dat ik anders ben’.

‘Ik denk niet dat wij als hoogbegaafden over andere dingen praten, maar we praten er wel op een andere manier over’.

‘Hoe zou iemand met een IQ van 100 het vinden om op een kantoor te zitten met allemaal mongooltjes?’ …

Bron(nen):   Humo