Raad van State kritisch over ‘ongerichte bezuinigingen’ kabinet

De Raad van State is niet te spreken over de voorjaarsnota die minister Sigrid Kaag (Financiën) dit jaar heeft afgeleverd. Het document voldoet "slechts gedeeltelijk" aan Europese en nationale begrotingsregels en is lastig te doorgronden. Bovendien worden gaten in de begroting gedicht met "ongemotiveerde en ongerichte bezuinigingen", aldus de belangrijkste adviseur van kabinet en Tweede Kamer.

De Raad van State toont begrip voor de lastige opgave waarvoor Kaag zich geplaatst ziet. Met name de sterk gestegen asielkosten en de snel oplopende rentelasten op de staatsschuld zorgen voor fikse tegenvallers die moeten worden opgevangen. Het is voor het eerst in jaren dat het kabinet moet bezuinigen. Tegelijkertijd wil het kabinet blijven investeren in belangrijke systeemveranderingen, met name in de strijd tegen stikstof en klimaatverandering.

"Het is echt een omslag", ziet staatsraad Richard van Zwol. Hij ziet een "eerste neiging naar kleinere bezuinigingen die pijnloos lijken", hoewel ze dat zeker niet altijd zijn. De Raad van State waarschuwt voor "uitstel van executie". Het kabinet koopt volgens de adviseur tijd voordat het met de echte ingrepen komen. Het "sprokkelen" van bezuinigingen ligt volgens de Raad niet alleen aan het feit dat het kabinet weer moest wennen aan bezuinigingen, maar ook aan het haastige proces.

Dicht langs de vangrail

Het kabinet heeft in de voorjaarsnota wel stappen gezet om de overheidsfinanciën niet te ver uit het lood te laten slaan, erkent de Raad van State. "Dit wordt echter grotendeels veroorzaakt door tijdelijke factoren", waarschuwt de Raad: geld dat op de plank blijft liggen is ingezet voor bezuinigingen, en het kabinet profiteerde van enkele belastingmeevallers. Op lange termijn bestaan risico's, omdat het huishoudboekje van de overheid gevoelig is voor economische stilstand of krimp. "Het kan snel en diep gaan", zegt de RvS.

Intussen is er nog steeds sprake van "een expansief begrotingsbeleid", waarbij de uitgaven groeien en/of de (belasting-)inkomsten krimpen. Daarmee "stuurt het kabinet dicht langs de vangrail". Er blijven immers geen buffers over voor verdere financiële tegenvallers en voor de volgende kabinetsperiode resteert maar weinig begrotingsruimte. Sterker, als de economische uitgangspunten hetzelfde blijven, moet een volgend kabinet eerst bezuinigen of de lasten verzwaren voordat nieuw beleid kan worden gevoerd.