We kunnen best minder werken, maar kunnen we ook met minder luxe?

Waarom we nog steeds niet aan die 15-urige werkweek zitten waar de oude Keynes het altijd over had, dat weet arbeidssocioloog Ignace Glorieux wel. “Individueel werken we inderdaad minder dan vroeger, maar per gezin werken we meer. Want die toegenomen productiviteit hebben we niet omgezet in vrije tijd, maar in meer consumptie,” zegt ze in Vlaamse krant De Morgen.

De middenklasse heeft het nog niet zo slecht, meent de socioloog van de Vrije Universiteit Brussel. Flatscreens, smartphones, wintervakanties en afhaalpizza’s zijn geen luxueuze extraatjes meer, maar basisingrediënten voor een goed leven. En we hebben het verdiend, want we werken zo hard. “We leven mateloos, zonder grenzen,” zegt Glorieux. “Reizen, cultuur, gastronomie: de weekendbijlagen van de kranten staan vol mogelijkheden. Het is enorm moeilijk om dat te weerstaan.”

Wat ook meespeelt volgens moraalfilosoof Ignaas Devisch (UGent) is dat wie hoogopgeleid is een carrière ook makkelijker verbindt aan identiteit, status en zingeving. Devisch: “Ik heb eens personeelsadvertenties vergeleken met reclame voor mindfulnesscursussen. Het is frappant hoe vaak ze dezelfde woorden gebruiken: groeien, persoonlijke ontwikkeling, zelfontplooiing. We moeten constant evolueren en werken aan onszelf.”

En dat doen we graag buitenshuis en dat kost geld. “Het plezier dat we scheppen in huiselijke activiteiten, in het lummelen thuis conflicteert met de dynamische, creatieve persoonlijkheden die we willen zijn,” besluit Devisch.

Bron(nen):   De Morgen