‘Mensen die met hun handen werken zijn de rijken van de toekomst’

Economie
zaterdag, 21 maart 2026 om 16:17
255582728_m
Decennialang raakte automatisering vooral fabrieksarbeiders en routinematig werk. Nu lijkt het tegenovergestelde te gebeuren. Econoom Jona Van Loenen noemt in Knack AI mogelijk de eerste technologie die banen van hogeropgeleiden rechtstreeks bedreigt: iedereen die de hele dag achter een computer zit, kan in principe worden vervangen. Dat betekent niet dat die banen massaal verdwijnen, maar wel dat hun onderhandelingspositie verslechtert.
Tegelijk groeit de onrust onder kenniswerkers. Volgens recent CBS-onderzoek verwacht zo’n 45 procent van alle hbo- en wo-opgeleiden dat AI een deel van hun werk zal overnemen, 4 procent denkt zelfs aan volledige vervanging. De angst voor inkomensonzekerheid zit dus vooral aan de bovenkant van de arbeidsmarkt.

Schaarste onder vakmensen

Ondertussen loopt Europa vast op een ander probleem: er zijn simpelweg te weinig mensen die met hun handen willen en kunnen werken. In vrijwel alle EU-landen is sprake van aanhoudende tekorten in zorg, techniek en transport, terwijl er overschotten ontstaan in administratieve en creatieve beroepen. Prognoses laten zien dat de vraag naar technisch geschoold personeel tot zeker 2029 veel groter blijft dan het aanbod.
Bij een structureel tekort gebeurt altijd hetzelfde: de prijs van schaarse arbeid stijgt, werkvoorwaarden worden beter en werkgevers gaan ineens heel zacht praten. De vakman die nu al “uitverkocht” is, krijgt straks nog meer keuzevrijheid over opdrachtgever, tarief en werktijden.

Fysiek werk als toekomstig privilege

Daar komt een demografische trend bovenop. De Europese beroepsbevolking krimpt, terwijl de zorgvraag stijgt. Zonder migratie en massale omscholing zijn er straks simpelweg niet genoeg mensen om ouderen te verzorgen, huizen te bouwen en het elektriciteitsnet draaiende te houden.
Van Loenen vat het samen: mensen die met hun handen werken, zijn de rijken van de toekomst. Rijk niet alleen in inkomen, maar ook in onderhandelingsmacht en bestaanszekerheid. De vraag is dus niet langer: “Hoe krijg ik mijn kind op kantoor?”, maar: “Wie repareert straks nog de wereld om ons heen?”
loading

Loading