Vegaburger of tofugehakt moet kunnen

Vegaburger, groentenschnitzel, veggieworst of tofoegehakt, voor ProVeg is er niks mis met 'vlezige’ benamingen voor vegetarische en veganistische producten. De internationale organisatie die zich inzet voor een snelle overgang naar een plantaardig voedselsysteem lanceert een petitie in Europa tegen een mogelijk EU-verbod op dergelijke namen voor plantaardig voedsel.

De landbouwcommissie van het Europees Parlement stemde in april voor een verbod, omdat de namen misleidend zouden zijn voor de consument. Vegaburger mag niet, vegaschijf wel, vindt de commissie. Het voorstel wordt na de Europese verkiezingen in het nieuwe parlement behandeld. In de petitie vraagt ProVeg het te verwerpen.

,,Er is geen enkel bewijs dat consumenten verward of misleid worden door de huidige verpakkingen van vegetarische of veganistische producten’’, zegt campagneleider Pablo Moleman. ,,Te suggereren dat consumenten niet begrijpen wat het woord vegaburger betekent, beledigt hun intelligentie.”

Volgens Moleman bevatten verwijzingen naar dierlijke producten voor klanten relevante informatie over de smaak, textuur en toepassing die ze van een plantaardig product kunnen verwachten. Een verbod werkt onnodig belemmerend voor de ontwikkeling van de plantaardige markt, vindt ProVeg.

In 2017 zette het Europees Hof van Justitie overigens een streep door de verkoop van zuiver plantaardige producten met woorden als melk, room, boter, kaas of yoghurt op het etiket. Sojamelk, tofoeboter of vegakaas mogen dus niet. Dergelijke benamingen zijn volgens het EU-recht uitsluitend bedoeld voor producten van dierlijke oorsprong, oordeelde het hof. Wel is er een lijst met uitzonderingen, waar onder meer pindakaas, cacaoboter, leverkaas en kokosmelk op staan. De uitspraak had geen betrekking op vlees- of visvervangende producten.