DEN HAAG (ANP) - De uitspraken van justitieminister David van Weel (VVD) over ernstige misdrijven waar justitie niet achteraan ging, passen volgens enkele oppositiepartijen in een patroon van te stellige uitspraken die achteraf gecorrigeerd moesten worden. JA21 en DENK brachten onder meer de zaak rond de dood van de 17-jarige Lisa in herinnering.
Begin dit jaar zei Van Weel dat 1700 politiemedewerkers het dossier van de vermoorde Lisa hadden bekeken. Politieagenten vonden dat ze ten onrechte bekritiseerd waren. Van Weel bood zijn excuses aan voor de communicatie en zei dat hij in een brief een verkeerde toon had aangeslagen.
"Waarom moet bij deze minister achteraf zo vaak worden uitgelegd, genuanceerd of gecorrigeerd wat hij eerder heeft gezegd", vroeg Ingrid Coenradie (JA21) zich af. Ismail el Abassi (DENK) ziet ook een patroon. "Er wordt een stellig antwoord gegeven, de Kamer krijgt een bepaald beeld, en later verschijnen er stukken waaruit blijkt dat de werkelijkheid anders ligt."
'Verschil van inzicht'
De kwestie draait om 10.000 aangiften en meldingen van ernstige misdrijven die volgens de Algemene Rekenkamer zijn blijven liggen. Van Weel claimde eerder dat het daarbij grotendeels om meldingen gaat, waarbij justitie weinig aanknopingspunten heeft om een dader te pakken. Volgens de Rekenkamer klopte dat niet en gaat het maar in 10 procent van de gevallen om meldingen.
De Tweede Kamer wilde snel een debat en een brief van de minister. In de brief die Van Weel donderdagochtend verstuurde, was hij minder stellig dan eerder. Waar hij eerder vond dat de Rekenkamer-cijfers "enige nuance" nodig hebben, zei hij nu dat hij de cijfers niet kan verifiëren.
De minister schreef dat het gaat om een "verschil van inzicht" met de Rekenkamer, die een andere methode gebruikte om te bepalen welke misdrijven ernstig zijn en welke niet. De politie heeft geprobeerd om de 10.000 zaken te achterhalen waar de Rekenkamer het over had, maar dat lukte niet goed.