Mens zou op Olympische Spelen geen kans maken tegen dieren

De mens is de kroon op de schepping. Maar als dieren zouden meedoen aan de Olympische Spelen zou ‘de kroon op de schepping’  belabberd presteren.

Dieren zijn – zonder coaches, trainingskampen, sponsorcontracten, super-zwempakken en slimme doping – beter dan wij. Ze springen  hoger. Lopen en zwemmen langer, harder en verder. En ze zijn véél sterker. Wat kunnen we fysiek wel goed?

Het verschil tussen mens en dier is groot. Allesbehalve een foto-finish.

Voorbeelden:

– De sprint: De cheetah is ruim drie keer zo snel (115 kilometer per uur) als de snelste sprinters (ruim 36 kilometer).

– Kampioenen lopen de marathon met een gemiddelde van iets boven de 20 kilometer per uur. Sommige antilopen hebben een kruissnelheid van 60 kilometer

–  Hoogspringen: Met ruim 2.35 meter ben je kampioen. Puma’s springen ruim zeven meter

– Verspringen: Een topatleet springt  vijf keer zijn eigen lengte. Sommige kikkers springen 50 keer hun lengte.

– Na ruim 42 kilometer zitten ook getrainde atleten wel aan hun taks. Vogels kunnen nonstop en op eigen kracht veel verder reizen: Een bepaald soort snip reist nonstop  5000 kilometer met een gemiddelde snelheid van bijna 100 kilometer per uur.

– Je hebt een medaille op de 50 meter als je 8.5 kilometer per uur zwemt. Bepaalde zwaardvissen zwemmen ruim 12x zo snel: 108 kilometer per uur (zie filmpje).

Gewichtheffen: Een olympisch kampioen van ruim 150 kilo tilt 260 kilo. Minder dan twee keer zijn eigen gewicht. De Rinoceros Kever  van nog geen 30 gram tilt 850 keer het eigen gewicht. Dan zou een gewichtheffer 65.000 kilo moeten tillen…

 

Bron(nen):   HuffPost  TravelAlmanac  YouTube